Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

&j J-van Nüys Klinkenberg,

den, en eenen allerfchadelijkften invloed hebben op het Gemeenebest. r

Na hier toe vooraf opgemerkt te hebben, hoe „ de GeIchiedenisfen van alle Eeuwen menigvuldige bewijzen ooieveren, dat alleen de Deugd de be'ftendige welvaart van den ftaat bevordert, en dat in tegendeel de bloeijendfte Gemeenebesten hunnen luister verboren en ten gronde gingen , zoo ras derzelver bewooners de effene paden der deugd verheten, en de ondeugd en zedeloosheid in dezelve de overhand naamen," zoo doet «le Hooggeleerde Redemar zien, hoe de Christelijke Godsdienst, als een hemelJcbe Godsdienst, allerlei deugd, en deugdzaam beftaan des harten, niet alleen klaar voorfchrijft, maar ook ten fterkIten aanzet met de krachtigfte drangredenen , en daarentegen allerlei ondeugd en zonde fterk tegengaat en verwerpt. ö 6

Bk zoo zijnde, „ wat zijn dan, helaas! de heilbede pooginger. van het ongeloof! zij loopen toch allen daar op uit, om het gezach van den beminlijkften Godsdienst «reheel den bodem in te flaah. Moeten dan niet deeze Helden , die met de doodlijkfte wapenen denzelven hardnekkig bettrijden, onder de grootfte tegenftanders gerekend worden van de waare, van de beftendige belangen van alle Maatfchappijen ? En wat ftellen zij in plaats van het Christendom? Inderdaad niets terwijl zij afbreeken en verwoesten , bouwen zij niers op. Zij geeven voor 't is waar, dat ze den natuurlijken Godsdienst, in alle zijne zuiverheid, willen herftellen; en hier door te weeg brengen dat het menschdom, met verwerping van alle looze bedriel gerijen der Priesteren , zich onderwerpe aan de eeuwise voorfchriften van de wetten der Natuur. Ondertusfchen zoo wij al eens toegaven, voor een oo^enblik dat de natuurlijke Godsdienst genoegzaam ware om den waaren weg van Deugd en Zaligheid aan te wijzen ; dan nog immers verdient het Christendom zeer verre den voorrang; overmids de Christelijke Zedeleer oneindig meer en beter gefchiktis, naar de bevatting van ieder een; zelfs van de onkundigften , welke toch verre vveg het grootfte aantal uitmaaken, in alle Burgerlijke Maatfchappijen; daar de natuurlijke Godsdienst, niet dan van wijsgeenge verftanden, kan begreepen worden. Hier uit befluiten wij dan te recht, dat, zoo de natuurlijke Godsdienst al genoegzaam ware, evenwel de voortplanting des Ongeloofs, het menfchelijk Geflacht, h et Gemeenebest,

• < ten.

Sluiten