Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5*6 T. A. Clasiis e,

onmiddelijk en rcchtftreek:; te gelooven, dat Christus voor hem geltorven, en zijn Zaligmaaker is, en wat dergelijke bij ons verwerpelijke misvattingen meer mogen weezen. De Heer Clarissk dagt en leerde geheel anders, en toont, hoe een Euangelie-dienaar het gemelde voor dwaalingen houdende, echter zeer wel bij alle menfehen, hoofd voor hoofd, op geloof en bekeering zeer ernstig, uit 'sHeeren naam , kun en moet aandringen.

Het zal veelen onzer Leezeren niet onaangenaam zijn, het een en ander met 'sMans eigene woorden hier te leez, n , en daar door tevens eene vernieuwde proeve te zien öffc 'even van nes Leeraars duidelijke en oordeelkundige manier van handelen.

Hiertoe diene dit volgende uit de Leerreden overColosf. i! Kt. De Heer Clarisse, ter verklaaringe van dien test, geleerd hebbende, wat Paulus verftaat door de verlosfing en vrrgeeving van zonden, eri wat het zegge, dat de geluovigen die hebben in Christus ; gaat vervolgens over om re vertoom-n , hoe zij die hebben in Christus door zijn blo'.d; en fchrijfc hier over aldus:

„ Door her bloed van Christus hebben wij hier te verftaan , zijne geheele bloedige gehoorzaamheid , welke Chrisius, als plaatsbekleedende borg der uitverkoorenen, hi-reft daar gefteld, geduurende zijn geheele leven, en bijis >nd_-r roen Hij aan het hout des kruifes zijn bloed in den dood heefc uitgeltorttot vergeeving der zonden,, gelijk daarom ook de Apostel uitdrukkelijk dit bloed bet bloed zijnes kruifes noemt in het 2a(te vs. van dit zelfde Kapittel.

„ Dit bloed van den Heere Jefus hebben wij hier ons voor te ftellen, als een zeer gewigtig en dierbaar bloed, als eene bloedige gehoorzaamheid van eene oneindige waardij, want het is hec bloed van Hem, dien de Apostel in het vqorige vs. had befchreeven, als den Zoon van Gods liefde, en dien Hij nader in her vervolg ia den uitfteekenden luister van zijne goddelijke eerwaardij verheffen zal. — Verder moeten wij dit bloedig lijden én fterven van den He;hnd niet befchouwen, als afgefcheiden van, maar als gepa.rrd gaande met eene volkoomene daadelijke gehoorzaamheid, 't Is wel zoo, dar hier, gelijk op veele andere plaatfen, daar van de verwerving der zaligheid wordt gefprooken, alleen maar van Jefus bloed, en dus meer bepaald van zijne lijdende gehoorzaamheid vermeld wordr, maar dit gefchiedt niet, met uitfluiting van zijne daadelijke heilverdienften. Zonder deeze toeK zqu zijn lijden zelf

niet

Sluiten