Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51*

fing ondervindt, die, en die ook alleen, kan toegaan meh een waarachtig hart, in volle verzeekerdbeid des geloofs , tot dtn troon der genade, naardien hij z ch ontheven vindt, door Jefus bloed, van de kwaade, dat is, veroordeelende en ^fchuldigende confcientie; en zijn lichaam gewasj'eben tnet dit reine water. Zoo verkrijgt hij iri zijn geweeten die rechtvaardigheid door het geloove in Jefus bloed, welke Paulus oveiai in zijne Brieven verheft, en aan welke alleen deezen geloofkoera eigen i>: Wie zal befchulaiging inbrengen tegen de uitverkoorenen Gods? enz. Rom. VIII: 33 en :-;4.

,, Indien men deeze dingen wel uiteen houdt, dan kan men ve^le Leerftellingen van onzen Christeiijken Godsdienst grondig verftaan, daar men anders geduurig zich omtrent verwart; te weeten: — boe de verzoening en vergeeving aan de zijde van God onveranderlijk vast blijft, en echter de roepasfing daar van in den tijd trapswijze gefchiedt; — boe men reeds in den dood en bet fterven van Christus met God verzoend zij door den dood zijns Zoons, en echter alleen in den tijd daadelijk van fchuld en ftraffe ontheven wordt; — hoe Gods liefde en gezindheid omtrent zijne uitverkoorenen in Christus nooit verandert, en echter plaats overblijft voor verfcheidene bedeelingen van God omtrent zijne Kinderen; — boe de vergeeving eenmaal volkoomen gefchiedr, en 'er nogthans dagelijks om vergeeving te bidden zij, en wat dergelijke dingen meer zijn,"

In de Leerreden over Colosf. I: a8, aantoonende, hoe Paulus kon geuiigen, dat hij en zijne mede - dienaars des Euangeliums Christus verkondigden, vermaanende een iegelijk mensch . en leer ende een iegelijk mensch in alle wijsheid, op dut wij zouden een iegelijk mensch volmaakt /lellen in Christus Jtfus; ma^kt de Heer Clarissiï, en lost hij daar omireni te ngt eene bedenking op, door dit volgende te fchrijven:

„ ÏVlij dunkt. Toehoorders! zoo dra gij deeze uitdrukking van den Aposrel gade {laar, komt'er in uw gemoed eene gevvigtige bedenking op. Hoe, denkt gij, kon Paulus. hoe konden ('e Apostelen bedoelen, eenen iegelijken mensch volmaakt te ftellen in Christus , daar hij immers wel wist, dat'er eene eeuwige verkiezing van zekere bij God met naamen bekende perfoonen is, en dat, niettegenftaande alle noodigingen, aanbiedingen, en bedreigingen , die Leeraars in Gods naam mógen doen , Gods "Woord toch alken dat doet, dat Hem behaagt, en voor-

fepa»

T. A. Clarisse,

Sluiten