Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leerredenen over Coiossensen. 551

fpoedig is, daar, daar hij het zendt'? Eene gewillige bedenking , wel waardig wat nauwkeuriger opgelost te ■worden!

„ümditwel te doen, moeten wijnear zorgvuloighier de zijpaden vermijden. —- Men zou toch, aan den eenen kant, zeer grovelijk dwaalen, bijaldien men uic die zeggen, met den voorltanderen van de algemeene genade builen onze Kerk, dit befluit wilde trekken, dat, de zaak, aan Gods zijde bezien zijnde, hec oogmerk der uitwendige roeping, de Zaligheid van alle geroepenen behelst. Zoo ■doende, zou men, in God veranderlijkheid, afbangelijkheid van 'smenfehen doen en laaten, onbepaalde belluiten , en wat al meer is, moeten ftellen, en tevens aan den mensch eenen toereikenden voorraad, om Gods roeping te .kunnen opvolgen. —..Men voldoet hier ook geenzins, wiet het uitdenken van een tweederlei befluit, waar van het eene flegts over de middelen, het anders over de perfoonen tot de zaligheid gefchikr, gaan zoude. — Eindelijk komt hier ook in het geheel nier ce pas te zeggen, dat paulus de woorden, eenen ïegelijken men fcbe, alleen van de uityeskoorenen verftaat, maar niet van de verworpenen. Want wnre die zoo, waarom herinnert ons cie Apostel oir niet, daar hij tot driemaal toe in die vers de woorden, eenen iëgelijken men fcbe, gebruikt? Ja ware het zoo te neeitien,, dan zou volpen, dat hij aan niemand, ook Christus verkondigd hadt, niemand leerde, noch vermaande, dan alleen óe uitverkoorenen; maar het tegendeel is waar, hij predikte Christus overal . cn aan allen ; al wist hij ook, dac het Evangelie bedekt bleef voor de geenen die verlooieu gingen. < ■

,, Vraagt gij mij,hoe hebben wij dan deeze bedenking nr> te'losfen? Men moet hier, met onze oude en bedroefde ■Godgeleerden , twee dingen onderfcheidenlijk zich voordellen. — Vooreerst, dat het geheel wat anders is, als ik -vraag , waar toe dient de roeping, die door het Euan;;t.lic .gefchiedt, op zich zelve befchouwd? en waar toe moer zij dienen, naar den verborgen raad, naar het oogmerk en befluit van God ! — Het is hier met het Euangelie eenigzins even zoo gefteld, als met de Wet. De Wet leidt, otftffpronglijk befchouwd, ten leven; dat zij na den zondenval krachteloos geworden is, komt niet hier uit voort, dat de Wet gebrekkig, of onvolmaakt is, of dac 'er geen vast .en hecht verband zoude zijn tusfehen haare. volmaakte onderhouding ea-de-beërving van het leven; maar hu fcheclr.

M m 4 bier

Sluiten