Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 354 >

bin, maar zelje dan zegge, wat beroep hebje dan nou om deeze brief te fchrijven? wel dat zei ik je zegge' men Heer! je zeit wel wete, dat zij in onze Luiterfe gemeente een Domini beroepe bebbe , en dat er over dat beroep zo veul te doene is, dat de meniën zegee dat het geen Godlijk beroep is; dat het teugen de zin van de gemeente is; dat de beroepe Predikant niet restzinnig is volgens de Augsburgfe Confeffie; ook zelje beteras ik wete, want ik heb het maar bij gelegenheid in hutfedaank verkeer, gehoort, dat er hiele boekjes over xut gekome zijn, en dat er in die boekjes ftaat, dat wij Lintei fen, v ant zie ik bin Luiters om je te diene hier maar één rechtzinnig Predikant bebbe, en dat de andere ik weet niet welke ketters zijn. Kaïveristen of Heidens of lurken zie ik weet zo net niet, waar zij ze al voor uitmaken : dat ik nu zegge wil, is, dat ik bedrukt ftaan in men gemoet, as die minfen en die boekjes evenwel ftbjk heeft, dan kan ik niet vatte, hoe dat beroep een Godlijk beroep zei weze; anders weet ik niet, wat een Codhjk beroep is ? Daar heef ik over legge male en mijmere, tot dat s e b i l l e de kindermatres in men buurt mim gerade heef, ik zou eens aan de vraag-al een biiefje fchtijve, zo goed as ik kon, en hem eens vraae wat hij er van denkt? Want dat die man allerhande foort van vrage doet, of die hem gedaan worde, laat doen ? of er iemand is, die er antwoord op weet; en daarom al ken ik niet fpelde, al heef ik niet geweent een Brief te fcririjve, heef ik dit beftaane; eilieve! men Heer' Wat is toch een Godlijk beroep? as je men dat weet té tepge , zei je me gerust ftelle , en as je men in men bereep blief te recornmandere, dat ik nog meer huife krijg want het is zoon flegte tijd, dat de boere der wijvé zellef zcene, ik wil zegge, dat veele lui naalfters, en ftijffters affchaffe, en zellef hande uit de mou Heken en er eigen was opdoene, dan zei je een goeije daad ver' Jichie. ik kan navraag veie, dat ik mijn dingeties knap en handig doe, en dat ik heel lief met de was weétom te gaan. Ook bin ik eerlijk en trouw in men beroep, en derhalve ken je men gerust recommanderen. In verftheide huife daar ik v eiker, hoor ik van je fpreke, zo dat

je

Sluiten