Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CXXXI. CXXXIÏ. Waar kan het Biscows «1 op' vallen.

CXXXIII. Is het zoo? Waarom ben ik dus? CXXXIV. Wie wil zich zeiven dood Studeren? CXXXV. Waar moet het heen? CXXXVI. Wie is er niet nieuwsgierig? CXXXVII. Wat zal de tijd baaren? CXXXVllI. Wat is een Honorarium? CXXXIX. Wat dunkt u van die Propolltie, om Hechte Boeken te weeren? CXL. Is 't niet bést, dat men ze laat praaten? CXLI. Wat weet kees er van? CXLII. Wat is draaïen?

CXLIII. Wat zou wel het beste middel zijn' tegen

de kwaadlprekendheid ? CXLIV. CXLV. Wat zegje? kan 't er door? of mag het niet beftaah? Dat onrust en geweld met justüs fa men gaan ? CXLVI. CXLVII. Is dit voorgevoel?

CXLVIII. Komen «r nog meer vragers?

CXL1X. Is er ook te veel geld in de wereld?

CL. Begraaft men nog de dooden in Kerken en Steden ?

CLI. CLII. Zou het waar zijn? en waar? CLIII, Begraaft men nog de dooden in Kerken en

Steden? {Vervolg van No. 150.}' CLIV. Mogen zulke Stukken verloren gaan? CLV. Is justüs onrust ook een Contrast? CLVI. Wie ziet er nog een einde aan?

Sluiten