is toegevoegd aan uw favorieten.

De vraag-al

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 95 )

Nog meer: Ieder inwooner van Amjlerdam gebruikt voor zijn hoofd, in een rond jaar , nog niet wel 26 dat is, alle veertien dagen pas één zoopjen! Wordt het dan niet beter ? amurath! amurath! Hebt gij ook bij SAi.oMO gelezen, welk foort van luiden hunnen, geheelen geest uitlaten ? denkt gij wel aan het fpreekwoord: die veel zegt, heeft veel te verantwoorden ?

Wordt het -wel beter ? Wat zou dan het laatfte plaatJ jen in den Lantaarn, en het plaatjen op den laatften omflag beduiden, daar het eerfte iemand vertoont, die boter aan de galg fmeert, en het ander, een die het dbove oor voorhoudt, en dien men zich met geen trompetten -gefchal kan doen verdaan?

Onlangs zittende te leezen incErtisiëRS Tafereel*kwamen mij twee bijzonderheden voor, die mij aanleiding gaven, om te vragen: Wordt het voel beter? Ds eerfte was, dat in Maart des jaars 1581. de Staaten van Holland een befluit namen: ,, dat voortaan geene fteden over gemeene landszaaken raadpleegen zouden met eenige Bestgeftaatsten, Schutterijen, Gilden, of anderen, gelijk N. B. voorheen en wel gefchied was, ten ware met voorgegane bewilliging der Staaten." Evenwel wilde Amjlerdam in dat zelfde jaar ndg het 'lr.uk van de opdragt der graaflijkheid aan Prins willem den I. met de Hoofden der Gilden en der Schutterijen in beraad jsggen. Zeker onderftelde de Regeering, dat de burgers er niet toe neigen zouden. Vader willem begreep dit'ook zoo, en floeg daarüm zoodanige raadpleging met de burgers glad af. Werdt het toen ook beter? ,, Dus deeden, zegt ceblisisr, te midden der onlusten, in welken dit gemeenebest zich vormde, de Hoofden der Regeeringe, onder het veeifchijnend _voorwendzel van de onheilen, door de volksregeering te Gend, Antvuerfen, JSHeuivmegen en elders ontftaan, hun best, om het deel der Schutterijen en Gilden in de Regeering te verminderen. Het belang der ftadhouderen en der oveiheids perfoonen ftemde hier famen. Zij vreesden, dat, zij bet volk veel gezag latende, hetzelve nog meer zou willen hebben ; en zoo ras het volk zich aanmerkt als een lid der Oppermogendheid, hebben de beduurers geen , dar» een afhanglijk en oruieend gezag, en het tiitfte.

kend