Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 150 )

Of er ook wat in te brengen zou zijn tegen den Redenaar? maar gelijk gezegd is, ik wil nog durve hem tegenfpreken, want, waarom zou ik mij vrouwenhaat op den hals laaden ? ik houde te veel van de vrouwtjens, zij zijn toch liet! Maar dit vraag ik flechts: Beleeven Wij niet wonderlijke tijden! Met al die verlichtingen? Lieve hemel ! Een vierde van een eeuw heeft mijne waarde wederhelft Heere tegen mij gezegd, en heb ik, (metmoeite en overleg, wie twijfelt er aa:i? j de waardigheid van man en voogd gehandhaafd, gehoorzaam aan het bovenltaande plakaat van den goeden Despoot ahis v e R. u s, ik noem hem goed, omdat zijn plakaat mij in mijn kraam diende, dat verhaat zich , maar wat zal het nu zijn ? Beleeven wij niet wonderlijke tijden! Zo moeder hoort, dat een redenaar het openlijk heeft afgekeurd, dat de vrouwen haare mannen als Heeren eerbiedigen, wie weet, of zij niet naar de heerfchappij zal dingen? Wie weet, of zij niet pretendeeren zal, het mutsjen te wezen, als ik mij als het hoofd wil handhaaven , of de hals, die het hoofd doet draajen en wenden? Mag ik dan niet vraagen : Beleeven wij niet wonderlijke tijden ? Schoon ik mij tegen de vrouwtjens, in geene deele, wil verzetten, of haare rechten en tgalitè betwisten? Neen ïkwil met klaas klim geen gevaar loopen , om, als ik de vrouwen uit den raad wilde bannen, zelve in ballingfchap gezonden te worden, ik blijve enkel bij mijne vraag : JVat beleeven wij wonderlijke tijden ?

Zou de Redenaar wel gedacht hebben aan den aart der vrouwtjens, dié zeer aantrekkende is, zoo dat zij alles naar zich nemen, en inhaaüg tot het laatfte druppeltjen toe uit de kan of flesch willen hebben? Geeft men haar den vinger, ligt nemen zij de geheele hand ! En heeft men geene voorbeelden genoeg in alle eeuwen van vrouwen, die baas waren, en wat gebeurde er dau ai?

Men vindt in ouden tijd, tot op den dag van heden, Veel Prinfen , wijd en breed van ieder aangebeden , Gedacht bij al het volk, en deftig van bedrijf Maar in haar eigen huis geringeld van een wijf. Gelijk een kleine Moor kan met den toom bellieren Den grooten Elefant, het meeste van de dieren, Zoo ziet men menigmaal de grootften van het land , Bij eenig kwetter wijt gehouden in den band.^

Laat

Sluiten