Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*4 S. van Emdre,

vieren, hen niet langer wilde ophouden, 't zij dat hun hart brandende van verlangen was: zij trekken voord om ho» eerder zoo liever hun gewenscht oogmerk te bereiken o ^ Hetkbijtic, dat zij op hun weg naar Jeruzalem de" s'er niet gezien hebben, dit was toen ook zoo zeer niet nodi*maar nu zien zij haar wederom, en zij herkennen ze voor die zelve Ster, welke zij in 't Oosten, toen zij nog t'huis waren , gezien hadden. 3) Wij zien ook hier uit,''t eeen Jfa reeds tc voren hebben opgemerkt, dat 't geen der vaste Menen, noch een Gomeetwas, dewijl deszelfs febijnbaaren l00p niet van 'r Oosten naar 't Westen, maar van '« Woorden ten Zuiden was. 4) Dan, inzonderheid dient gelet te worden op 't geen de Euangelist zegt in 't iede vers: Als zij nu de Sterre zagen,, verheugden zij zich met zeer groote vreugde. Zommige denken, d.at misfchieri \ geloot van deeze lieden wat wankelmoedig begon te worden, en zeker, de duisternis kwam aan; zij hadden wei gehoord, dat de Koning Jsraëls te Bethlehem taoest gebood ren worden maar k moest hen vreemd voorkomen, dat te Jeruzalem Herodes nog-niets van die geboorte wist- die 200 digt bij Bethlehem zijn verblijf had, dat niemand'van de Inwooners dér Hoofdltad met hen ging, om dat doorluchtig kind te aanfehouwen. Cal vin us zegt (in Harm. ad h. IQ „ Turpis fai;e Judeorum ignavia, quod nemo fe* „ ahenigenis 'comitem adj.ungk, ut promkfum genti fuse „ regem mfpiciant," dat is: Foorzeker eeve fchandeliike traagheid der Jooden, dat niemand tot gezelfchap van deeze vreemdelingen zich vetvoe-At, om den Koning te befebouiven, die aan bun volk beloofd was. Kn fchoon dit al uit vreeze voor den Koning mögte zijn, merkt p-emelde Oalvinus hier op'aan : „ Se 1 haee quoque 'Am fcelcfta in» „ gr£mudo,Saluri8 fibi oblatae caufii nolle quicqüam difcri" -?ini.s 5abire' et PratiaïT> postponere tyrarmi ofFen,, fioni: " Maar dit is ook eene booze ondankbaarheid geweest, dat zij wegens de aavgebodene-talightid, geen min/Ie gevaar wilden ondergaan. Rij voegt 'er met opzigt tot de Wijze bij: „ Nifi jMagorum animes 'Spiiitu fuo Deus ., confirmaiTet, porerant ad fcandalum iitud concidere." Indien God door zijn' Geest de gemoederen der Wijzen niet bad bevestigd, zij hadden tot ergernisfe kunnen vervallen: Zoo komt de Heer thans de zwakheid huns gcloofs te hulp hij verfterkt 't zelve door-de verfchijning deezer Sterfe; nu konden zij moed grijpen; en zich verzekerd houden ,'dat de Heere met hun was om hunnen weg voorlpcedig te roaa-

Sluiten