is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe Nederlandsche bibliotheek, waar in beoordeelingen en berichten van verscheidene boeken en kleindere geschriften benevens eenige mengelstukken, worden opgegeeven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43°

De Kunstgreepen

moedige leeringen en pligten van den Natuurlijken Godsdienst niet moet bitter maaken, — vooral, daar men zich, tot bewijs van het tegengeftelde, niet durft beroepsn op de Leerftukken der Overnatuurkunde, noch op de natuurlijke Grondwaarheden, aangaande God, en het hoogfte einde zijner werken.

Men ontzenuwt de redenkundige bewijzen voor de Onfiervelijkbeid der ziel, door alle moogelijke tegenwerpingen, en poogt die zoo onzeker te maaken, dat zich niemand daar op verlaaten kan. Het oogmerk is, op dat men als dan niet, uit aanmerking deezer twijfelagtige leer, veel belang in den Godsdienst behoeft te ftellen; te minder, daar men zich tot ftaaving der zelve niet meer op den afgefchaften Bijbel kan beroepen.

Men beftrijdtde toekomende ftraffen in het ander leven; men loochent haare beftendige duuring, en maakt ze daar door twijfelachtig bij de geenen, die een tegenwoordig zeker oogenblik van vreugd, boven honderd duizend onzekeren, zij mogen dan fmertlijk of onaangenaam zijn, verkiezen,— die vrolijk leeven, eeten en drinken, en naar eeuwige beweegredenen voor eenen natuurlijken of geopenbaarden Godsdienst, weinig vraagen, dewijl zij toch, buiten dit, mogen fterven.

Boven dit alles, ontneemt men ook der menschiijke ziel haare Vrijheid: dewijl een werktuiglijk wezen voor geene vrijheid vatbaar is. het moge dan zoo fijn zijn als het wil; dewijl zij door andere of hoogere oorzaaken, tot haare bedrijven, met of tegen haaren wil, bepaald kan worden; dewijl zij eene onwederftaanbaare neiging volgt, en het even zoo Onredelijk zou zijn, aan zulk een noodzaaklijk werkend wezen eenen vrijen Godsdienst voor te fchrijven, als dat men zulks aan eene machine wilde doen. Het geen een vroom Uur, een deugdzaam Orgel, een godvruchtige Muil zou zijn, het zelfde is een vroom, deugdzaam, en godvrugtig Mensch, zonder vrijheid. —

Het geen de eene deezer Tegenbedenkingen niet uitwerkt , dat werkt de andere uit; en het geen zij elk op zich zelve niet kunnen te weeg brengen, dat brengen zij faamen vereenigd gewislijk te weeg. Het zijn nogthans enkel Leeringen onzer tijden, offchoon zij uit de voorige ontleend zijn; en zij worden openlijk, en in het bijzonder, geleerd en beweerd. Zoo lang dezelve dan geduurig weder op nieuws voorgefteld en verbreid worden, moet ook, naar dezelfde evenredigheid, de Natuurlijke Godsdienst wijken.

De