Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot de M1LIT. JURISD. &c. 245

Misfchien zal men egter zeggen , dat uit hoofde van het begane delict van den Vaandrig de Witte, in zyne qüaliteit als Officier, de Burgerlyke Regter niet bevoegd kan gereekent worden, zulks te ftraffen. Dog fchoon Wy eigentlyk niet kunnen zeggen , dat Ons gebleeken zy, waar in het delict van de Witte hebbe beftaan, is het egter uit het geene 'er reeds van gepubliceert is, genoegzaam bekend, dat de voorn. Vaandrig de Witte werd befchuldigt dingen te hebben ontdekt, welke aan eenen vyand niet mogen worden gereveleerd; als het aangeeven der Gronden van het Eiland, waar op de Landing ftonde te gefchieden; het getal en Caliber der ftukken gefchut daar leggende , en mogelyk andere zaaken van dien aard, ons onbekend.

Het gedeelte van verraad, waar toe hem zyne qüaliteit meer, dan een Burger, in ftaat ftelde, het overgeeven namentlyk van Brouwershaven, wanneer hy daar zoude commandeeren, is niet volbragt: Dog het andere gedeelte der Accufatie behelst buiten eenige twyfel zodanige delicten , welke door eenen Burger wel konnen werden begaan, en is in der daad niets anders dan verraad, zo op goede gronden confteert, dat het met den Vyand dadelyk is gepleegt.

Hoedanige delicten , zo zy van een Militair worden begaan, reeds by het opregten der Republyk zyn befchouwd, als concerneerende de Generale Rust en de verzeekerheid van den Lande, geene pure Militaire Q 3 de-

Sluiten