Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Louw. Wél, Vrind! ik wenschte die omftandigheden graag te hébben gezien.

Krelis. Hebt gy ze niet gezien, zo min als ik, hoor ze c'an alleen» lyk. — „ Vervolgens (zei het Bestje) verfcheen de groote F<,e*tdag , „ naamlyk gisteren, 't was Maandag, als gy weet. •— Wel, (ikkan „ de vreugd der Huisgenoot en niet uitdrukken!) hoe verwonderd fton-

den wy, daar ieder uit een fpik fpliater nieuw potje Chocolaad mogt „ drinken, en vier Bkcuiten uit de hand van onze braave Meeder Beek-

}y huizen 'er by ontvangen. Voorts moest elk zyn beste Kleéren

,, aantrekken, om op het Middagmaal te verfchynen, vcsor welks be„ f in een opwekkerde Aanfpraak werd gedaan door den Wtl-Eerw. „ Heer Buide, geTi( fd Leeraar der Gemeente alhier, en de Zegen „ uitgefprooktn door deszelfs Wtl-Eerw. Amprgenoot Do. Ccermcn, „ waarna men de Gezangen uit het ons gefehonken Boekje aanhief, ge„ lyk ook de twee laatfte Verren van den LXXIften en het flot van den „ CXXXVI. Pfalm opzong ter Et-re van en Dankè'rkenterisfe aan Go„ de. Ter Tafel gekomen zynde, werd 'er Rivier-Vis opge-

discht, en wy wierden op groote Baars met Saus onthaald. Geftoofde „ Appelen, en van een zeer grootegebraadezogenaamde Frikadel, of „ Gehakt Vleesch, kon men mede eeten: Men was van Servetten, „ Lepels, Vorken en Borden voorzien; Ieder had voor zich een geraspt „ brood. Ook kreeg m<n Banket, en wel Marfepyn roe, tot een De,, eert; waarby een ieder nog met twee Chinaas Appelen en pakjes mee „ Thee en Coffy wierdt begiftigd, en vervolgens by deelinge overge„ laaten het overgebleven eeten, om 't in de Vertrekjes tc brtrgen en „ vervolgens te confumeeren ieder naar zyn geroegen, en Wyn over

„ Tafel in overvloed". Dit is het, wat ik uit den Mond een er

Otide Vrouwe van dit Huis verftaan hebbe. Behalven dat ze zeide „ dat de Zaal zo mooi was opgefchikt geweest, zelfs met agüen dub-< „ belde Lufters van Spiegelglas. Ieder met een Blaaker van twee „ Kaarsfen voorzien". — En (zegt de Oude Vrouw) de Bediening „ die wy gehad hebben, was aandoenlyk. De Vaderen van ons Huis „ hebben dezelve blootshoofds verricht". *— Dus danken alle de Bewooneren van dit Gezeegende Huis, den Oppcrzégenaar voor zyne onuitfpreekelyke Gunsten aan Hunne Beftierdtren en Beftierderesfen, gelyk ook aan hen en het Huis beweezen: Waarby wy, en ongetwy-, feld alle onze Stadgenooten hunne oprechte wenfchen voegen.

Louw. Wie zou zulks niet doen ? Maar de Oude Vrouw, die u dit • alles verteld heeft, heeft evenwel nog iets vergeeten, naamlyk dat door

E; 2 Dö.

Sluiten