Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

516 d k Pages,

pingen en flegt verdeeld, uit hoofde der groote volkrijke heid; om dezelfde redenen zijn de ftraaten naauw, morsfig en belemmerd met allerlei chineesch gemaakt werk; alles duidt 'er het karakter dier Natie aan.

„ De derde voorftad wordt bewoond door Indiaanen van dien grooten Archipel, of uit verfcheide deelen van het vaste land van Indië herkomstig. Zij is ruimer, boerfcher en minder bevolkt dan de beide andere. Alhoewel de huizen en de tuinen der gegoede Mooren van het Indifche Schier-Eiland in den Afiatifchen fmaak zijn, behoeven zij in fraaiheid niet voor die der rükfte Hollanderen te wijken. De overige zijn vrij eenvoudig gebouwd, onder de boomen, digt bij tuinen en langs grachten , welke den Indiaanen , uit hoofde van het water, daar zij geduurig gebruik van maaken, zeer noodig zijn. Alles kenfchetst 'er gelijklijk de inwoonefs, die, hoe zeer oorfpronglijk uit zulke uitgeftrekte landen , alle met weinig onderfcheid, dezelfde zeden hebben. Zij zijn oprecht in hunne handelwijze , maar eenigzins woest, maatig, en eeten niets dan rijst en vrugten, ook gaan zij eenvoudig gekleed."

Dïe kleeding verder befchreeven hebbende, gaat onze Reiziger in zijn berigt aldus voort: „ De tusfchen-ruimtens en velden rondsom deeze drie Voorfteeden, zijn bezet met de keurigfte Tuinen der Hollanders; zij worden even zeer verfraaid door de flooten, die dezelve van een fcbeiden, en 'er Eilanden of Eilandjes van maaken, als door de eenvoudige regelmaatigheid der huizen. Alhoewel ze fraai en gemaklijk zijn, maakt men, over dag, flegts gebruik van twee gallerijen, welke zij aan de twee overgefte|de zijden' hebben. De eerfte, wel gemeubileerd en gemaklijk, dient om het Gezelfcbap tegen de hitte te dekken, door de koelte, welke de wind 'er heen voert : één der einden van de tweede dient tot een vertrekje voor den Meester van 't huis, die 'er zijn kantoor in 't midden zijner Bedienden en onderhoorigen houdt ; het ander einde is voor zijne Huisvrouw, die aldaar in 't midden van haare Slaavinnen, Vrouwen of Meisjes, het oog heefr over het naaiwerk en de huishouding. Deeze tuinen ftrekken zich uit tot bijna anderhalve mijl van de Stad, langs heerlijke Grachten, aan de kanten met Boomen bezoomd , en met wandelingen bezet, alwaar eene altoosduurende lommering regeert. Op dien afftand begint de verdeeling van verfcheidene Rivieren, die, door wel aangelegde Dijken, het benoodigde water geeven aan alle de flooten van 't veld ,

en

Sluiten