Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gïO Gbschenk VOOR DE.JsUGrj.

Gefgbenk voor de Jeugd. Agtfte ftuk e. Te Amfterdam bij Johannes Allart. 116 bladz. in 8vo. De Prijs itfi .lh(3,j5 • • -jj^vH 's»ib wak

In dit Agtfte of Vierde Deels Tweede Stukje, met het Eerfte 24^ bladz. uitmaakende, vinden wij Mengelftukjes van verfcheidenen aart, die eikanderen geduurig afwisfelen , en even daar door zeer gefchikt zijn om de aandacht der jeugdige Lezers gaande te houden: alle zijri zij met,,.het,hoofd-oogmerk der Eerwaardige Schrijveren, om naamelijk niet alleen het verftand der Vaderlandfche Jeugd met nuttige kennis te verrijken, maar ook deugdzaame gevoelens in derzslver hart aan te kweeken , ten vollen overeenkomstig. — Wij zullen, volgens gewoonte, eèri en ander ftaaltjen uitkippen.

'- i • ;»::I>t 8 -*<W .-0. tyP ftrftlf(IS 'n'r." ".

„ Het volgende verhaal, van zeker Heer, komt ons zoo gewichtig voor, dat wij meenen, dat wij het Onze Lezers niet onthouden mogen. Hij verhaalt:

„ Ik had mijn driejaarig kind gewend, om, bij de maaltijd, in plaats van het gewoone fmaMijk eeten, tot zijne Ouderen te zeggen : ik dank u lieve Vader, ik dank u . lieve Moeder, dat gij mij wat te eeten geeft. Bij het Gebed, vooren na het eeten, dat ik altijd zelf, overluid, en zonder formulieren te gebruiken, gewoon ben te verrichten, had men haar alleen verplicht, om ftil te-weezen, zonder te vorderen dat zij 'er op letten, of zelfs ftil nabidden zoude. Maar, gelijk het voorbeeld der volwasfenen op de kinderen gemeenlijk een zeer groot vermogen heeft, zoo begon ook Lotje van langzaamerhand van zelfs, zoo dikwijls als ze alleen moest eeten, de handen te vouwen, en de lippen te beweegen, als of zij bad. Toen ik dit merkte , vroeg ik haar , wat zij deed ? En hier op volgde dit gefprek tusfchen ons, 'c welk ik hier woordelijk nafchrijve.

,, Jk. Wat hebt gij daar gedaan, Lotje.

Lotje. Ik heb gebeden.

Ik. Wat zegt gij dan?

Lotje, Ik dank u, lieve Vader, dat gij mij wat te eeten

Sluiten