is toegevoegd aan uw favorieten.

Den Hollandschen weeklykschen nieuwsvertelder

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LOUW en KRELIS.

N°. 10. 7 Maart 178$.

Louw. Tk wensen je eea goeden Avond, Vrind Krelis! Hoe hebt jl gy 't met de Gezondheid?

Krelis. Behalvon dat ik wat verkond ben, al redelyk, Vrind Louweris ! Hebt gy 't *er ook nog wel raeê ?

Louw. Ik kan hec niet beter 'er me& wenfehen. Maar Man, wat is het koud en bar, naar maate het Lente-Getyde ons reede zo naby is gekomen.

Krelis. Het is, denk ik, ooheuglyk, dat men, ïo verre in't Jaar gevorderd zynde, een zo hard doorftaande Vorst zo veele dagen agteréén gtv had heeft. Mogelyk dient dezelve nochthans tot voordeel van het Menschdom, betreklyk deszelfs Gezondhouding. De God der Natuur, vertrouw ik, fchikt dus den loop en ftand van 't Weêr ten nutt« van zy■e -Schepfelen. — Laat ik nu verder voortgaan in den taak, dien ik op my heb genomen ; en zie dan thans het Vierde Vervolg myner

Korte Aanmerkiigen over de VRYHEID, met betrekking op bos «emeenebest; en by men bet OPPERGEZAG in hetzelve huisvest.

Het is in de geheele uitgeftrektheid der Zaak, die ik eenvouwdig voor heb naar myn begrip aan te toonen, niet gelegen de Gefchiedenisleii der Volken te doorloopen , om des grondregel, dien ik my gefteld heb, te doen geftand blyven. Alleenlyk moet ik naar de ftaadvastige VryheUÈ der Batavieren , tot welken ook een gedeelte der Friefchen behoort, toyne Aanmerkingen richten. Men weet uit de Schriften van Tacita», dat zy een wy Volk van oude herkorafte, en onvermengd met andere Volken, geweest zyn. Ik "weet evenwel niet of ik dien Romeinfchen Hiftorifchryver op zyn woord moet gelooven, waaneer hy het Land der Batavieren door eenen hoop van Katten of Hesfen doet bevolken; ik zon veeleèr gelooven, dat de Twist, die de Hesfen in hun Land onder elkander hadden, hetzwakfte deel gelegenheid gegeeven hebbe, om toevlugt te zoeken niet in een onbewoond Land, dat zo digt aan den Deitfchen bodera grensde en zelfs door den Rhyn aan den naasten kant van alle de Duitfche Landftrekkingen befpoeld werd; maar dat ze wel eigenlyk met de Volken in dien tyd daar reeds, en wie weet hoe lang te vooren ge. vestigd zynde, zich vereenigd hebben. Men wil de naam van Batavieren wel afleiden vaa zekeren Bato, die met de Katten of Hesfen de geheele Landftreek tusfchen den Rhyn en Noordzee bevolkt zoude hebben, dan dit is zeer onzeker. 'Er zyn meer dan een uit de Bateaven gewees^, welke die naam gevoerd hebben, gelyk men volgens onlochenbaare be. wyzen, ook eecen Cecilius Bato vindt, als Krygs-Overften deezes Volks^ die, onder de Regeering des Keizers Lucius Septimius Severus, en deszelfs benoemden Opvolger Marcus Aurelius Antsninus, zich aan het hoofd bevond van de vyftiende Bende der vrywillige Soldaaten in dienst der Romeinen; maar evenwel vrywillig, dewyl zyn beftelling over het herbouwen van 't vervallen Wapenhuis dier Bende, het geen men wil dat hy Katwyk aan Zee geftaan heeft, genoeg beflischt, dat deeze Bato co»

E 3