Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ia OBobsr 1797.»

Dat, nieitegenftaancle de Requeftrant zo merkeiyk bevoordeeld was, hy egtei , oni redenen, hem dcstyds daartoe moverende, daarvan, cn van alle de overige, hem uit dien hooide competerende, importantepra;rogativen, uit een particuliere zugc voor zyne (Hef-kinderen, ten byzcndcre faveure van dezelve wel had willen af.dcn, mee pretentie van allen eigenbelang van hem, en, in cveutum, iu^gelyks van zyne intes,tate erfgenamen, en zig tot dat einde, vermids alle die goederen en effecsen in den - Quartiere van Zutphen. ervinteiyk en gelegen waren, aan de tydelykc Staaten dezer Provintie hadde geaddreflèerd gehad, met dat gevolg, dat aan hem, by '» Landfchaps relblude van den 6e April 1785, •was geaccordeerd, om ten faveure van do vier, destyds nog onmondige, kinderen, van wylen zyne Ehevrouw Maria Adriana Tonneman, in vorigen Eheftand, met denzelven Ludolph Hendrik van Oyen verwekt en nagelaten, over alle zyne gerede en ongerede, zo feudale als allodiale, goederen te mogen difponeren, mids nogthans, dat hy in de difpofitie, die hy daarover flond te pasferen, geene verandering , buiten toeftemming van de Landfchap , zoude snaken.

Dat den Requeftrant daarop dan ook

Sluiten