is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe Nederlandsche bibliotheek, waar in beoordeelingen en berichten van verscheidene boeken en kleindere geschriften benevens eenige mengelstukken, worden opgegeeven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lbvkn van

fte zijn zal, willen wij het merkwaardigfte daar van-aanteekenen.

De Inboorlingen zijn over het geheel genomen mager groot en van eene goede geftalte. Hunne kleur is zwart' doch zij maaken zich met opzet zwart. De dikke lippen en platte neuzen zijn bij hen niet gemeen. Hunne taal is majeftueus , maar arm; intusfchen is ze, gelijk ce Hebreeuwfche, vol van beteekenis en uitdrukkingen. Hunne zeden en gewoonten zijn zeer zonderling. Zoo .'ra hunne kinderen gebooren zijn, wastenen zij dezelve in koud water, gelijk zij dezelve' in hunne teedere jeugd, en inzonderheid bij koud weêr, ook zeer dikwijls in de Rivieren pleegen in te dompelen, om ze hard en fterk te maaken. JSfa ze afgewasfehen te hebben, winden zij dezelve in een grove linnen doek, leggen ze op een fmal dun bord, en binden ze daar op vast, ora ze rank te maaken (waaruit ontftaat, dat zij alle platte hoofden hebben) en draagen dus de kinderen op den rug met zich rond. De jongers visfchen tot op hun vijftiende jaar, wanneer zij op de jagt' moeten gaan. Geeven zij dan, door het leveren van vellen, eenige goede bewijzen van manbaarheid, dan kunnen zij trouwen.

Wanneer de meisjes huwbaar zijn, dan draagen zij iets op hunne hoofden, zoo dat men weinig van hun gezii't zien kan. Het vrouwlijk geflagt trouwt gemeenlijk in haar 13de of 14de jaar; het manlijke >:ehter in' het 17de of 18de jaar; en zelden gefchiedt dit laater. Hunne hutten beftaan uit matten of boomtakken, welke op paaien gelegd worden. Hunne fpijz.e is Mais, of Indiaansen Koorn, welk op verfchillende wijzen toebereid wordt. — Wanneer een Europeer bij hen komt, en in hunne hut zich wil ophouden, dan geeven zij hem de beste plaats, en de voornaamfte huid van een dier. Als zij bij ons komen, dan begroeten zij ons, en zetten zich als dan op den grond op de hielen neder. Dikwijls fpreeken zij geen enkel woord, maar neemen alles nauwkeurig waar wat 'er omgaat. Geeft men hun iets te eeten of te' drinken, dan neemen zij het met vermaak aan, inzonderheid, wanneer het op eene liefderijke en vriendelijke wijze gefchiedt; boven dien vorderen zij niets, maar gaan, zonder een woord te fpreeken, verdrietig weg. — Zij bezitten eene merkwaardige bekwaamheid, om hunne gevoeligheid te verbergen; en waarfchijn^ lijk worden zij daar toe, door de onder hen gebruikelijke wraakzugt bewoogen; in beide geeven zij den Italiaanen

niets