is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe Nederlandsche bibliotheek, waar in beoordeelingen en berichten van verscheidene boeken en kleindere geschriften benevens eenige mengelstukken, worden opgegeeven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35 J. Macquet,

fenmg te verlustigen. Zoo ras zulken eenige loomheid een >rek tot de eenzaamheid beginnen te merken, met winden geplaagd ranken, moeten zij hunne moeilijke bezigheden geheel ftaaken of zij ftorten in jammerlijke onheilen. Alle deeze beminnaars der letteren moeten door aangenaal me en tegenftrijdige oefeningen den geest verkwikken. D« gefchiedt door de muzijk, het leezen van zoete vaerzen aangenaame hiftorien, Natuurlijke hiftorien. Deeze weetenfchappen verfcnaffen eene lieve uitfpanning, die den geesr verkwikt, de fombre denkbeelden verdrijft, en ons aftrekt van die netelige befpiegelingen."

De verhandeling over de overmaat in flaapen en waaken kan mede, gelijk andere, van een zeer algemeen nut zijn; maar om niet te breed te zijn, willen wij alleen het flot daar van hier nog plaatzen. Het zelve is aldus:

„Wat is heter, als men de middelmaat niet kan houden , te lang te flaapen of te lang te waaken? Om hier juisr op re antwoorden, moet men eerst bepaalen, of men alleen op de gezondheid doelt, dan of men dit tracht te weeten als een redelijk mensch. De flaap, ik bekenne het, leenigt de zorgen, verligt ons hartzeer, verdrijft de moeilijkheden de0 levens, bevrijdt ons van veele ellenden , en voedt. Maar de flaap berooft ons ook van het gezicht der fchepzelen, belet ons de wonderen des Allerhoogften te befchouwen, God te leeren kennen uit zijne werken, Hem te dienen, en de bezigheden te verrigten, tot welke de Voorzienigheid ons op aarde geplaatst heeft: Door te lang flaapen kan men het verftand niet oefenen; en in geene weetenfchappen en konften vorderen. Men wordt log, loom, lusteloos. Alle zaaken verveelen. Het lang waaken verzwakt wel de zenuwen , maar maakt ons echter levendig. Men maakt vorderingen in veele zaaken. Voeg hier bij, dat men door de gewoonte zonder hinder al lang kan waaken. Die zich gewent zes of zeven uurcn te flaapen, zal in alles gezonder, vlugger, geestiger, verftandiger weezen dan een die maar zes of zeven uuren waakt. De flaap ook heeft even als de fterke dranken iets aanloklijks. Hoe meer men fiaapt, hoe meer men wil flaapen, des mekten laatften êëh luiaard wordt; en niets van een marmeldier in den winter verfchilt. Waaken kan men gemeenlijk ligt tegengaan, en zoo het overmaatig is, door een zagt rustmiddel helpen. Hierom oordeel ik, dat een mensch liever zich aan thfeèr, langer waaken dan flaapen.' kan en raocc gewennen, cn niet alleen hier voor de ge-

zona-