Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bevorder, der Huissel. Gelukzaligh. 151

alles is 'er voor her. gezag van Heeren en Vrouwen niets-zeo nadeelig, als eene onvoorzichtige gemeenzaamheid en openhartigheid, en een verfchilleud gedrag, wanneer men op ze■ keren tijd doet, als of men met zijne bedienden gelijk was, : en daar na zich wederom ter ontija een altegroot gezagaani maatigt. Achting en aanzien kunnen nooit door dwang ver1 worven worden. Een Heer of eene Vrouw , die zich in ihun huis zoodanig gedraagen, dat zij eiken dienstbodede i meening inboezemen, dat zij 't met allen goed meenen, het I best van elk behartigen, en eiken liefhebben; die bij alle li toegeevendheid en vriendelijkheid nooit hunnen ftand verli geeten, en nooit buiten hunne paaien gaan; die, wanneer Ihet noodzaakelijk is, ernst en nadruk gebruiken, zullen nooit reden hebben, voor het verlies van hun gezag te vreezen. Maar zoo dra zij 't in de gedachten neemen, om de I fnaaren te hoog te fpannen, of op eene onredelijke wijze (Onderwerping van de dienstboden te begeeren , ftellen zij ;zich altijd bloot aan het gevaar, om in plaats van te winnen, :te verliezen en zich belachlijk te maaken. De dienstboden 1 merken zoodanige zwakheden zeer fchielijk, en de misftap iis in 't vervolg niet zoo gemakkelijk wederom te verbeteren , als hij begaan was. Zekere ernst en ftandvastigheid i in onze daaden, het vermijden van eene kinderagtige ongeldigheid en wispeltuurigheid , nauwgezetheid in het volidoen aan onze beloften , het vermijden van onberaaden bedelen aan onze dienstboden, en diergelijke dingen meer, ibrengen 'er zeer veel aan toe, om Heeren en Vrouwen een longedwongen gezag te verfchaffen , zonder het welk zij : nooit veel ftaat kunnen maaken op de gehoorzaamheid van de dienstboden. Menschlievendheid en vriendelijkheid in onze behandeling ftrijdt 'er in 't geheel niet tegen. Het :komt 'er alleenlijk op aan, dat alles op de regte plaats en ten igepasten tijde gefchiedt. Laat ons dan jegens onze dienstboden ernst gebruiken, wanneer wij zien, dat vriendelijkheid en goedaartigheid vrugteloos verfpild worden, nadeelig zijn en misbruikt worden zouden , maai'buiten dit liefdentijk jegens hen zijn: dan zullen wij niet ligtelijk den regten weg misfen, indien het anders mogelijk is, om de harten van de onzen te winnen; en hebben wij deeze gewonnen, rallen zij ons hunne achting gewisfelijk ook niet weigeren".

Sa

Sluiten