Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leerredenen» 23?

zij ons zoodanig, dat wij ons van al dat geen , wat tot de 'uitwendige gedaante, den opfchik, de bevalligheid en zoo voorts behoort, eene ernstige, gewigtige bezigheid maaken, en tot zulke, meestal niets beteekenende dingen, veeltijds "en zorg befteeden; beheerscht zij ons eindelijk zoodanig,dac wij, om anderen te behaagen, ons laaten overhaalen om zelfs wel iets kwaads, ten minste iets dubbelzinnigs te verrichten, of het toch niet waagen durven, dot goede te zeggen en te doen , 't welk misfchien niet in de mode, en niet naar dea fmaak der meesten is, en die plichten .te betragteh '?en nauwkeurig te betragten, wier verzuim en verwaarloözing men zicb misfchien tot eene eer rekent; ja dan is onze zucht om te behaagen en onze uitmuntendheid te doen gelden, hoogst ftrafbaar; dan is zij laage, ijdele eerzucht; eene ijdele eerzucht, die den mensch en den Christen geheel onwaardig is'\ Voorts vertoond hebbende, hoe de ijdele eerzucht — den mensch gemeenlijk het eigendommelijke, het oorfpronglijke, het welk hij heeft, beneemt, — gewoonlijk zwakheid, gemis aan waare verdienften, en aan wezenlijk vereerenswaerdige hoedanigheden veronderftelt, — en ook demoeder is van ontelbaare dwaalingen ; meikt hij daar over dit aan: De ijdele eerzucht is eene openbaare en aanhoudende belediging van de gantfche zamenleeving. Die door ijdele eerzucht gedreeven wordt, tragt ons geduurig te verblinden, te misleiden, tot dwaaling te vervoeren; elke zaak uit haare plaats te rukken, en haar in een valsch gezigt-puntte ftellen. Wij moeten hem voor grooter achten, dan hij is; hem meer toefchrijven, dan hij bezit; hem meer toevertrouwen, dan hij kan en vermag; een beter gevoelen van hem voeden, dan hij verdient. Altoos gaat hij daar mede zwanger , om ons van die achting en die eerbewijzingen te berooven, welke alleen de verdienften toebehooren: om dat aanzien en die uitmuntendheid, welke der wijsheiden der deugd van rechtswegen toekomen, aan zicb, zijne kleederen, zijnen tooi, "zijnen ontleenden uiterlijken praal toe te eigenen; of toch zich zeiven en zijn' perfoon onder het gedruis en den luister, die hem omringen, aan onze verdiende verachting te onttrekken. Voorwaar eene belediging, die alle wijze en goede menfehen behoorde te be weegen, om des te zorgvuldiger op hunne hoede te zijn, zich des te minder misleiden te laaten, en nimmer voor den afgod der ijdele eerzucht hunne knieën te buigen"!

Na nog meer tegen die ondeugd aangevoerd te hebben, geeftjhij ook dit volgende te leezen:

„ Waar

Sluiten