is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe Nederlandsche bibliotheek, waar in beoordeelingen en berichten van verscheidene boeken en kleindere geschriften benevens eenige mengelstukken, worden opgegeeven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'|4Ö j« Nömsz, Oldbnbarneveld, Treursp.

zer tevens van het dichtvermoogen van den Auteur een proefje te geven.

„ Hebt Gij, o Hemel! dan vdor weinig gunstgenooten, De Bronnen van Uw gunst, voor 'i aardrijk was, ontflooten» Waarpm dan Barneveld, die nimmer ü misdeed, Die voor zijn Vaderland een' trotfen Prins beftreed, Steeds doemend' die op de aard' naar Uwen blikfem dingen, Niet in 't getal gefield van Uwe gunftelingen ? Is dan de vroome mensch gevotmd tot pijn en fchand? Gaafc gij van eeuwigheid ons lot een' vasten ftand? Die gruuwzaam mij vermoord, kan dan Uw gunstling weezen. En ik, die fchuldloos ben, heb dan Uw haat te vreezen; En dit zou zijn bepaald, eer ik noch 't licht ontfing! Neen, goede Hemel! neen, gij doemt geen zuigeling. 6 Hoe onzalig waar' 't op dezen voet te leven! Hoe zalig waar' 't op 't uur van zijn geboort' te fneevenf Is hier mijn wil niet vrij, dan ziet zich Barneveld, Helaas! beneden 't vee, door 's Hemels hand gefield; En welk een' ramp wij ook aan Land en Volk verfcbaffen? Dit kwaad doen is ons deel, waar toe ons dan te ftraffen? Neen, vrije boosheid is 't, dat Maurits mij vermoord, Gantsch vrij wordt Coligny tot mijn behoud gefpoord; In 't kort, en goed en kwaad is in den wil gelegen, Het misbruik onzer drifc doet flechts ons gruwlen plegen; En Hemel! tot Uwe eer, ftel ik dat hier gewis x Het alles loon, of ftraf, proef of vermaaning is, Mijn vaj, een proef "