Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESDE HOOFDSTUK. zot)

'kei "boschjen van Palmboomen, met enige weinige -pyramiedachtige Magnolias , altijd groene Eiken „ gulden Oranjenboomen en de veiievendigenden Her-culesboom. Welk eene fraaie verblijfplaats! welk -een gezegend ongefchonden plekjen gronds van dê •aarde, dat uit het helder water van het meir oprijst! 'deszelfs welriekende boschjens en bloeiende vlakten zijn omflngeld en befchermd door omringende reien van de pragtige Yucca. Een betoverende dampkring omringt deezen gezegenden tuin • terwijl de balzem-ac-htige Lantana, de ambrozijne Citroenboom, de welriekende Haak-lelie hunne vermengde ge-uren -uitwaasfemen, die door bosfehen van Herculesboomen door de windjens gedreven worden. Ik ontrukte mijzelven eindelijk aan deeze betoverende ' plaats, en , aan boord dappeude-, hees ik mijn zeil •op en naderde weldra de kust van het vast land, bij het vallen van den koelen avoncldond: toen «enen ruimen half renden inham van het meir overfteekende -, die door lange Uitgedrekte grasrijke weiden omringd was , kwam ik eindelijk, bij den denker , in eene veilige haven, in een klein meirtjen, op de zee - kust, of het drand van eene dcile zandachtige Kaap , die uit de goF ven van het meir uitdak. Het was een zuiver zandachtige oever, hard en vast dooi* het daan van de -golven, {ds de wind van de Oost-kust waait-. Ik ■trok mijn ligt vaartuig op het afbellend flrand, -opdat het beveiligd zoude zijn tegens het flaan der golven, in gevalle "er in den nagt een florm opkwame. Enige roeden Verder agterwaarts was de ■ - O grond

Sluiten