Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE HOOFDSTUK. 487

Jichtige of paerelkleurige tint, eenigzints gelijkende naar die kleine bergjens of golfachtige hoogtens van versch gevallen fneeuw; men ziet ook in deeze ontbindende rotfen aderen van Muscovisch glas(Z-), fommige met ongelooflijke groote plaatjens, die geheel en doorfchijnende zijn en die zeer goed tot venster - ruiten of voor lahtaernen zouden kunnen dienen; ik zag 'er ook laagen van zwart lood (c)4 Eindelijk na veel moeite wierd ik wat verligt door eene fmalle met gras bevloerde valei aan den voet van deeze fteile afhelling , door welke eene aanmerklijke fnelle beek vloeide, aan welker oevers de glorierijke Magnolia (af) in groote volmaaktheid groeide , tegelijk met de andere aanzienlijke en bloeiende welriekende heesters, die ik alreeds opgenoemd heb; ik zag hier op de rijke gronden nabij de beek eene nieuwe foort van Waterblad (<?) met zeer groote ingekeepte bladeren en witte bloemen; daarna reed ik verfcheiden mijlen over ketens heuvelen en grasrijke valcijen , die met aangenaame beekjens bewaterd waren.

Den volgenden dag reed ik agt of tien mijlen voort, gemeenlijk door groote hooge bosfehen en bloemrijke grasperken ; de grond was vrugtbaar en van eene uitmuntende hoedanigheid voor den landbouw; ik kwam op den oever van eene groote beek of rivier , daar dat hoog bosch aan mijne

flin-

(b) Mca. f. Vitrum Mtiscoyiiicum. Cc) Stibium.

Magnolia auriculata. CO llydrestis,

I i 3

Sluiten