is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe Nederlandsche bibliotheek, waar in beoordeelingen en berichten van verscheidene boeken en kleindere geschriften benevens eenige mengelstukken, worden opgegeeven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

445 Levens -bij zonderheden

Doch op dac hij zich des te beter in zijn gevoelen zoude bevestigen, en ook die geene, welke hij tot nog toe , door zijne ijdele roemzugt geërgerd had, met zich op den regten weg helpen, bragt hij zijne gedagten van den roem en Eer, omftreeks deezen tijd,- op het papier, en fchreef twee boeken de Gloria, of van den roem of eere, welke wel verlooren zijn gegaan, doch volgehrs hunnen inhoud, in zijne andere gefchtiften verfpreid nog overig fchijnen te zijn (/); inzonderheid echter het denkbeeld van het Eerfte boek, in het welk hij vermoedelijk aangetoond heeft, waar in de waare eere en roem beftaat; in het andere mag hij misfchien omftandig van den nietigen roem en overwinninge der ijdele roemzugt gehandeld hebben («)•

Hoe ïtigcelijk hield Cicero zich bezig; ook midden onder de allergewigtigfte-bezigheden, welke hij beide naar de billijkheid en waare eere tragtede in te rigteni». Doch kon hij echrer niet terftond naar Griekenland komen, zoo begaf bij zich intusfchen naar Sicilië, houdt onaerwegen gefprek met zijnen Brutus, en wijl eindelijk goede berigten uic Rome kwamen, dat Antonius zich eenigzins bv.ter gedroeg en het Dictatorfehap voor eeuwig afgefchafc, en verder billijke voorflagen gedaan had; als mede dac de geheeie Raad een verlangen naar zijne terugkomst betoonde , zoo ftelde hij zijne verdere reize uit, en kwam in allen fpoed weder naar Rome te rug.

Antonius had tot nog toe des te eigendunkeüjker gehandeld, wijl zijn eigen broeder Praetor, en de andere wijkmeester was (*)• Doch Cicero had hem, onder ande^ ren, door Dolabklla eindelijk zoo veel werk verfchafr, dat hij. gelijk gezegd is, nu fcheen, zich naar de partij van den Raad te fchikken (j). Dit was de hoop, met welke men Cicero, alhoewel onwillig, te rug lokte, en waaneer hij naar de groote beleefdheid en vreugde had zullen oor-

dee-

<f>) Cicero Epist. libr. XIV et Epist 27 libr. XV et Epist. 6 lib XVI ad rltticum.

(u) Vide Ciceron.em libr. II Ojjicioruvi. cap. X fqj. et Annotationes nostras.

O) Plutarchus in Antoni» , Dio'Cassius libr. XLV & Plutarchus la Cicero;:e.

(yj Vide Cicero Epist. 14 f.ibr. IXadFam. et Epist.- 15, 16 &c. lü'. XIVad Atticum. et eiusdem ibidem Epist. ad Dolaiellaw, & Pbilippica I adle Epistolam 1 lib. XVet Epist. 15 libr. XVI.