Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 28 )

Mijn zangCtcr boogt niet op den prijs, Ter uwer glorie opgehangen;

Geen eigenbaat kan eerbewijs Noch lofzang van mijn nimph erlangen ! —-

Zij zingt , dewijl mijn hart mij leert,

Dat gij der menschlijkheid vereert. Geene eermunt kan mijn oog verblinden;

Uw deugd — uw dapperheid, o Held!

Heeft mijne vrije lier gefield ; Geen Vorst zal me, immer, vleijer vinden!

De flulp, zoo draa zij grootheid kweekt, Den fchaamlen, doet de roem hemblaaken,

Den onderdaan, die deugden fpreekt, Moest 't ndgefhcht onfiervlijk maaken.'

De Vorst heeft, fchoon de vleijer vleit

Geen voorrecht op de onftervlijkheid, Ten zij zijn tlaaden dit getuigen \

De laffe ziel vergoodt een kroon;

Haar wierook flrekt de deugd ten hoon. En kan geene edle harten buigen!

Dan

Sluiten