Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t 5i« 1

§. 34. Eed

«ipemd is, volgends een Rooster nog heeft te vervullen.

Art. 24.

De Prrefident en de aanwezende Leden leggen by hunne eerfte famenkomst, alvoorens iers anders te verrichten, ieder op de wyz» met zyne Godsdienftige gevoelens overeenkomende , den navolgenden Eed af:

„ Ik beloove en zweere, dat ik in de „ zaak of zaaken, waar over deeze Vier„ fchaar te famen geroepen is, aan nie„ mand eenigen raad heb gegeven, noch „ zal geven, rechtfixceks of van ter zyde.

„ Dat ik my i» het recht fpreken zal „ gedragen met alle oprechtheid, eerlyk„ heid en onzydigheid, zonder daar in ?, aan de Partyën toe te dragen eenige, „ gunst of ongunst, 'en zonder my daar „ van te laten aftrekken door eenige be„ weegredenen hoegenaamd.

„ Dat ik op eigen gezach nimmer zal „ openbaaren het geen uit den aart der 5', zaak behoort geheim te blyven, en by„ zonder ook niet de gevoelens van my • ,, zei ven, of van myne Medeleden , het zy

voor of na den afloop der zaake.

• „ Dat ik door my zeiven of door myne ?, Huisvrouw of Kinderen , geene Giften , „ Gaven of Gefchenken, zal aannemen of „ genieten van de Befehuldigden of van j, eenige Perfoonen, die ik wete, geloove

of vermoede hunne Vrienden ofBegun„ ftigers te zyn, hoe klein dezelve Gif„ ten, Gaven of Gefchenken, ook zouden 3, mogen zyn , zelfs niet van Spyze of L Drank, het zy voor of na den afloop p der zaak.

* « En dsts voor zoo verre immer eeni-

Sluiten