Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"sGra-

VEJïHA GE

Ont-

werpvat, Conftitutie.

&4 NIEUWE NKDERLANDSCHE

den van den tydelyken Prefident de navolgende belofte af: v

„ lk belove, dat-ik in het-onderzoek der re„ denen van noodzaaklykheid der nieuw voor„ gefielde Departementale belasting, en in het „ goedkeuren of verwerpen van dezelve, my „ gedragen zal naar de infpraak van myn ge„ weten, en alleen het huishöudelyk belang van dit geheel Departement, en niet van het één of andër gedeelte van hetzelve zal voor „ oogen houden; dat ik daar by niets zal doen ,. llrydig met het belang van het geheele Ba„ taaffche Volk, noch met de Aéle van Con„ llitutie."

615. Geen Departement zal immer vermogen, eenige Negotiatie van penningen te doen, waar door ooit of ooit een Departementale fchuld zou kunnen geboren worden.

616. Dit fluit echter niet uit, dat tot einden-, als by art. 612. gemeld, eenige penningen voor eenen zekeren tyd door zulk een Departement zouden mogen worden opgenomen, mids echter daartoe vooraf de toeflemming van het Wetgevend Ligchaam gevraagd en bekomen hebbende , die zulks niet zal mogen toeflaan, dan na eene genoegzame gerustflellende aanwyzing van het fonds of de fondfen binnen zodanig Departement, uit welke de jaarlykfche renten en aflosfingen zullen kunnen gevonden worden.

617. Ingeval het Wetgevend Ligchaam zulk eene kortftondige opneming van penningen aan een of ander Departement toeflaat, is hetzelve gehouden, jaarlyks en alle jaaren aan de Nationale Financiekamer te doen behoorlyke rekening en bewys, dat de beloofde renten en aflosfiiigen des laatst afgelopen jaars door het zelve prompt zyn betaald.

618 De Ambtenaaren en Bedienden, tot deze iuishoudiyke Departementale Admioistratien

noo-

Sluiten