Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gIa het land.

o-etuignis van het lezende publijk, en 't fchijnt daaf Int haast, dat wij met onze aankondiging veel te laat komen* Evenwel denken wij, dat wij althans een gedeelte van onze Lezers, die het Werkje noch niet kennen, eenig bericht van hetzelve verfchuldigd zijn.

Zekere onbekende jonge Juffer heeft deze brieven gefchreven. Een aanprijzende brief van den Arnhemfchen Leeraar van den bek.o,aan de beroemde vrouwe van scuaffelaar, voor dezelven geplaatst, onderrecht ons, dat zij het grootst gedeelte van haar leven op het Land heeft doorgebragt; en dat zij verkozen heeft onbekend te blijven, en af te wachten* of onze landgenoten in de vruchten van haren geest eenig genoegen vinden. Wij meenen derhalven , dat de groote opgang van haren eerdeling ons recht geelt om te verwachten , dat wij eerlang eenig ander Werkje van hare hand te wachten hebben, waar in zij ons haaren naam zal noemen, zullende als dan blijken, of het pubhek zich ook in haaren Perfoon vergist hebbe.

emilia, eene Landjuffer, en eufrozvne, eene Stadbewoonder, zijn voornamelijk de Schrijflïers dezer brieven. Zij leven in eene zeer naauwe Vriendfchap, waar van zij fterke betuigingen doen , en derke bewijzen geven. emilia begint hare Vriendin, op haar verzoek, den 21 December eene befchrijving te geven van hare genoegens op het Land, in den winter, en vervolgens van de aangenaamheden van het buitenleven, gedurende de overige faizoenen, tot in den herfst van het volgend Jaar. Voor en na worden de brieven van emili a , beantwoord door eufrozynü, (die evenwel gedurende een bezoek bij emilia door elizë vervangen wordt) met eenig bericht van hare levenswij/.e in de Stad. Onderwerpen van gewicht mengen deze Vriendinnen in dezen briefwisfel, — deijdelheid der wereld-de fterflijkheid — het huisfelijk geluk — de Ouderliefde — de üefde — de Godvruchtige vergenoeging — het zalig altterven, en dergelijke meer: vooral de grootheid, wijsheid en goedheid van God in de werken der natuur — in de Zon — de Maan — de Nacht - de Sneeuw — en meer anderen.

Alle deze onderwerpen worden op eene zeer bevallige, aanlokkelijke en Godvruchtige wijze behandeld, zo dat men het Boek met moeite uit de hand legt. Wij hebben, na het lezen, het oordeel van dai Heer van den berg volkomen gebillijkt. Hij zegt, dat zij dit alles „ belchrijft vrolijk en bevallig, maar teffcns op eene wijze, die haren eet-

Sluiten