Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CHRÖNISCHÈ HÜTDZIEKTÉ. $13

daar echter de jichtpijnen in de ribben, en de beenderen des bekkens toenaamen, nam de lijderes haar toevhigt zes weeken lang tot de mineraale baden, waar zij, buiten het bad , en het daar mede verbonden Wrijven , tevens het fchwakbacher water dronk, gebruikende daar bij .pillen uit osfengal, fcilla 6f extr. tarax. — tkt bad verminderde wel de heupjicht; doch nam dezelve niet geheel weg

De pijn in de ribben echter bleef, en werd vergezeld met een foortgelijke pijn in de linkerzijde \ — de huidziekte was een weinig verminderd: — dan al deze betering was helaas! van korten duur, fehoon de pillen tot laat in O'étober met eene hoeveelheid cicuta voord gebruikt werden ; ia November kreeg zij weder een roos koorts, en in December een korte aahval van geelzucht.

Met het begin des jaars 1787 gebruikte zij eenige maanden lang een afkoókfel van melk met dulcamara, met een goed gevolg-, ten aanziene der huidziekte; de huid werd doorzigtiger en zagter, de uitllag en jeukte verminderden, en 'er verfcheen fomtijds een vogtige uitwaafeming; dan de jichtpijnen bleeven : in Maart werdrbaarnog eens het g;tajac. met ExlraSt aconit. en aftrekfel van dezelve -in Rum , doch zonder efl-cö, toegediend, in tusfchen verdroeg de lijderes de middelen zeer 'wel ; de gemaakte vordering in de huidziekte ging ook niet agterwaarcls., zoo dat zij, de pijnen aan beide'zijden, en aan 't heiligbeen, uitgenomen, welke haar het gaan zeer moeilijk maakten, echter ten opzichte der kleur, gezondheid en levendigheid van ziel, ten Weden maal beter naar Wejzbaden ging, dan zij het voorige jaar van daar te rug kwam, dan de genezing der pijnen was niet groot, en veel minder duurzaam : de huidziekte echter was merkelijk verminderd, en verminderde duts dien tijd meer en meer, fehoon bij geringe trappen; haar' arts raadde haar aan , om zich geheel in Flanel te kleeden,' het welk zij ook deed; op het einde van Augustus kreeg zij Vveder een roos-koorts,en een kleinen aanval van geelzucht, waarom zij weder gelijkfoortige pillen , als bovengemeld , gebruikte.

Tegenwoordig is de huid, fehoon nog niet geheel zuiver, echter wit en döorfchijnend, alleen in het aanzicht hek dezelve wat tot het bruine over; de oogen zijn een wéinig geel, doch niet altoos; hier en daar is nog een gering overblijffel van den zwarrachtigen uitllag ; het gemoed is veel meer opgeruimd, en minder tot. toorn en droefheid geneigd; de fpijsvertering is goed 5 de geelzuchtige aanvallen

zijn

Sluiten