Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER VOGELEN IN GUIANA. 519

leggen even zoo veele Eieren, en hunne jongen loopen even zoo vroegtijdig hunne Moeder na. Men vindt 'er maar een foort van. — Integendeel zijn 'er meer foorten van Patrijzen, welke maar in fommige gewoonten en in grootte van élkanderen onderfcheiden zijn, maar anders naar alle kenmerken tot een en hetzelve geflacht behooren. — De merkwaardigfte foort is de zoogenaamde groote Patrijs. Zij overtreft in grootte een groot Hoen , en is bleekgraauw van kleur. Zij houdt zich alleen in groote-bosfchen op, plaatst zich des avonds, nooit overdag , op laag geboomte, en brengt daar op den nacht door. Haare vlugt is bezwaarlijk. Haar voedfel beftaat in vruchten en allerleie zaaden, welken zij onder de boomen opzoekt, gelijk ook in Wormen en infekten, welken zij in het fchrobben vindt. Zij nestelt op den grond, maar gemeenlijk bij eenen grooteu boom, legt twaalf of vijftien Eieren, en fomtijds meer, zoo groot als Hoendereieren, en geheel groen. — Wanneer men, ten tijde van het broeden, het Wijf ken van het nest jaagt', maakt het, op eenigen afftand van daar, een ander , en C't geen zeer merkwaardig is) het draagt of brengt de Eieren derwaards over; dit doet zij door denzelven op de aarde voort te rollen; 't welk zoo fchielijk gefchiedt, dat men dikwijls na verloop van vierentwintig uuren , waaneer men terugkomt, geen een Ei meer in het oude nest vindt. — De Jongen volgen de Moeder ras na de geboorte, en worden ju 't eerst met Wormen en infekten, en naderhand met allerleie zaaden en vruchten gevoed. — Ontmoet ■men een Wijfken met jongen , dan vliegt de Oude met een fterk gefchreeuw op, maar verwijdert zich niet verre; maar de Jongen verbergen zich onder drooge bladeren zoo wel, dat men ze niet zien kan. En houdt men zich in de nabijheid verborgen, dan ziet men het Wijf ken ras te rug komen, en door een enkel geroep de Jongen om zich veriameien. Tegen de Dieren verdedigt de Oude haare Jon» gen met geweld, en geeft haaren toorn door een fterk gefchreeuw te kennen. Vindt men een troep van half vol wasfenen, dan vliegt een gedeelte met de Oude op, maar zij blijven fteeds in de nabijheid, zoo dat men veelen daarvan -zonder moeite kan dooden. De' Indüanen dooden. ze gemaklijker, dan de Europeërs, wijl zij in het bosch ftit en naakt wandelen, en dus zeer dicht bij dezelven kunnen komen; daar integendeel de Europeërs altijd gedruis maaken, en ze daar door, gelijk ook door hunne kleeding fchuuw maaken, Allergemaklijkst doodt men Nu 3 ze,

Sluiten