Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(n )

worden, is dit het eerfte geweest, dat in deeze Stad gefticht is, in dit jaar, tusfchen de Stedevaart, nu genaamd de Delffche vaart, en de oude Wetering, tegenwoordig genaamd de Slykvaart , en ftrekt van de zuidzyde der Gysbert Boekelfteeg, tot de noordzyde der Bagynenftraat, alwaar het met eene ruime poort pronkte. Van de Gysbert Boekelfteeg vind men met dien naam reeds gewag gemaakt, in zekeren Schepensbrief van het jaar 1360, rakende een zeker huis aan de zuidzyde van die fteeg. Agter op dien Brief vindt men dat by laateren tyd gefchreven is : Juffer Amelis misfe , en lager ftaat nog, het Conventhitis in *t Bagynhof. Dus is die fteeg in de Cellebroêrs of Broederfteeg. Nog al lager ftaat aldaar. Gysbrecht Boekelfteeg, Lysbet Pieten van Calys, 15 blanken. Op eenen anderen Brief, die van 1437 is, ftonden deeze woorden. Het zyn Voorwaerden, dat men waskaar/en barne voor de heilige Drievuldigheid , ende geen andre kaar/en onvermindert, dat beveelen wy by haare Conjientfien den Bagynen. (F")

380. Werden het Windas, en de Dam te Overfchie weggebroken , en eene open heul in deszelfs plaats gelegd, op last van Hertog Aalbrecht, ten dien einde' verleend aan den Heer Loef Eynge, Schout der Stad Rotterdam: Voor dit voorrecht betaalde de Stad aan den Hertog vyfhonderd Vrankrykfche Franken van goud, of de waarde van die, tegen eene behoorlyke quitantie. ( Z)

382. Ontftond 'er een zeker verfchil, tusfchen die van Zegwaard, en die van de Rotte, wegens het uitwateren door de Stad Rotterdam, het geen zoo verre gong, dat deze lieden handgemeen wierden; doch de Hertog Aalbrecht fchonk dezen menfchen vergiffenis, en verfchoonde hen wegens die misdaad. Vervolgens gelastte hy den Bailluw niemand ooit tot Raad of Schepen voortaan te kiezen, ten zy hy al-

V0'

(T) Kortebrands, Tweede Eeuwgetyde, bladz. 78. ^Z~) Groot Privilegieboek, bladz. 17, 28.

F s

Sluiten