Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 21 )

ecrfien employ fob- Litt'. Z. waar by aan de Religieufe Ordens" alleen is toegelaaten van doode Lighaamen ingevolge het gemeene regt tot de Begraffeniflè te ontfangen Qrecipere') maar geenfints van dezelve te gaan ligten en af haaien.

Deze Bulle van Bonifacius den agde is naderhand nog beveiligt geworden door Clemens den vyfde geregeerd hebbende in den jaare 1305 en zulx wel uitdrukkelyk op aanhouden van het generaal concilie van Vienne zoo als getuygt het Decreet (taande in het 2 Cap. Clement de fepult. gevoegt agter voorfz. Employé fub Littera y}. si.

Waar by hy niet alleen de eerltgemelde Bulle van Bonifacius den agde maar ook de andere van Benedictus den elfde plegtiglyk herroept, en zig in het geheel gedraagt aan den inhoud der laaftgenoemde Bulle van Bonifacius den agde, welke hy in zyn Decreet woordentlykheeft d"oen inlyven.

Hier uit blykt dat indien deegtheid der eerfte Bullen van Bonifacius den agde en Benedictus den elfde buiten allen twyffel gefield was, en indien men ook al konde bewyzen dat zy op de vereyfde en behoorlyke wyfe deurgans het Rooms-Chriftendom waaren worden aangenoomen, dezelve eventwel nauwelyks twee jaaren in weefen gebfeeven zyn, en daarenboven geenfints een generaal privilegie voor alle Monniken , maar alleen voor de Dominicanen en Francifcanen behelfcn.

Wy zouden den draat van onze Hiftoriflè verhalinge door eene al te wydlopige uitfpattinge afbreken indien wy aihier in overweging brogten, al wat er tot het bewys der egtheid en wettige publicatie van eene Biule vereyfcht word.

. Derhalven zullen wy dit onderfoek tot eene bequaamere plaatfe referyeerende, ons ten dezen bepaalen op deze gewigtige aanmerkinge dat Bonifacius den agde door zyne eige wankekigtighcid en ongeftadighcid genoegzaam aangetoont heeft, dat zyne verleende privilegiën, al te zeer aankantendc tegens de gemeene regten , cn tegens de aloude Difcipline der Roomfe Kerke niet konden beltaan, maar "alleen tot voedzel dienen van oneindigen twift en tweedragt zoo als blykt uit de narratïe der voorfz. Bulle van Clemens den vyfde, gegeeven in het generaal Concilie van Vienne, welken dierhalven de buitenfporigheid der voorfz. privi'e* gien ad antiquam difclplinam reduceerende, ook alleen de ontfanginge' (receptïonem } maar geenzinrs de ligtinge en afhaalinge der doode Lighaamen aan de Ordens der Impetranten toegelaaten heeft.

En op dat er geenen twyftèi ontrent de beteekeninge van het woord reapere, ontfangen. zoude kunnen ontftaan, werden. UW EEDEL MOOGENDE gebeeden hare dierbaare aandagtigheid te veftigen op de leere van Leurenius forum Ecclefiafiïcum feil, 3 Cap, 2 de pote3lau jurib. & emolum bene fin, quzft. 453 waar uit zy zulkn onder vinde»

mt

Sluiten