is toegevoegd aan uw favorieten.

Saamenspraaken over de Hebreeuwsche poëzy.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

62 TWEEDE SAAMENSPRAAK inzonderheid van die Volkeren , die in ruwe oorden, by rotfen en brandende bergen, aan eene onftuimige zee, in holen en fpelonken, woonden, of het gezicht van vreesfelyke voorwerpen, van groote verwoestingen, en dergelyken, voor zig hadden ; Doch dit zyn blykbaar uitzonderingen, want de geheele aarde is geene akelige rots, geen eeuwigduurende zondvloed, geen brandende Vefuvius! Den Godsdienst der Volkeren in zachte toeeken vinden wy zacht; en zelfs in de akeligfte oorden is het beftaan van een machtigen goeden geest niet geheel vernietigd, maar heeft nog akyd ftand gehouden. EindeJyk, alle die byvoegzels, welken het Bygeloof heeft uitgevonden, dat werk van fchrik en angst, fchynt inderdaad tot laatere tyden te behooren; de gevoelens van den oudften Godsdienst, zyn grootsch en edel; Het Menfchelyk Getocht fchynt met een kostelykenfchatvaneenvouwige, doch zuivere, kennis uitgerust te zyn; maar de verhuizingen naar vreemde {treeken, de verbastering van zeden en denkwyze, de ongelukken en rampen, hebben denzelven met valsch metaal vermengd,

om