is toegevoegd aan uw favorieten.

Saamenspraaken over de Hebreeuwsche poëzy.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£4 DERDE SAAMENSPRAAK

Alc. My heeft inzonderheid die Geest Gods, die over deze woeste en diepe nacht-zee zweef* de, altyd eene huivering verwekt.

Eut. Het is by de Oosterlingen het eerfte eh natuurlykfte beeld geweest van dat geen, wat leven, kracht, beweging in de fchepping is; want het befef van geest fchynt oorfpronkelyk uit het gevoel van den wind voort te komen, welken men zig inzonderheid des nachts, met eigen krachten én ftem voorzien, heeft voorgefteld.

A lc. Gy brengt my die verfchynïng van een nacht - geest by Hiob in gedachten ( a). Het is een beeld, en echter geen beeld ; een voorbygaande fluifterendè adem, een geruisch, gelyk de ftem des winds; dóch tevens ook de kracht des winds, de kracht van den geest; Dit deedt de hairen te berge ryzen, en verwekte alle de verfchrikking der ziel ; He harrows up the foul with fear and wonder.

Daar

{a) Hiob IV: 12-17.