Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de HEBREEUWSCHE POEZY. .211

ziel en het leven van dezelve, erf' zodra zig iets in dezelve fcheen te vertoonen , dat aanleiding konde geven tot bygeloof, dat flechts van verre tot afgodery verleiden konde, werkte hy ftraks tegen den zwarten geest van het flaafsch Egypte, Geene Afgodsbeelden leerde hy zyn Volk kennen, en het gouden Kalf, die kopy van Egyptifche Kunst en Wysheid , verbrandde hy met vuur, en gaf het, vol toorn en heiligen y ver, den afgodifchen,als een gruwel onder het Volk,in de asfche te drinken,; Zyn Tempel hadt geene afbeeldingen , en liet die ook niet toe j De Che=> rubim zelfs nam hy niet als Egyptifche Sphinxen aan , maar als veel betekenende, verfchriklyke, wonder-fchepzeJen in de voorvaderlyke berichten voorkomendei Noch Hieroglyphen noch Afgodsbeelden droeg zyn Hoogepriester aan het voorhoofd, of op de borst, maar letters, heilige Schrift; Hy wydde Hem aan God en de twaalf Stammen zyns Volks, door Licht en Recht (*) dat is door verlichte Waarheid. Het

Hei-

(*) Urim en TliHmroim.

O %

Sluiten