Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66 JULIUS VAN TARENTE,

meer — dan een man — mair uwe tedere herfentjens zouden berftcn, zo gij eens levendig nadacht wat een man al kan — de Hemel zij dank, 'er zijn nog zwaarden, en ik heb een' arm — een' arm, die in alie gevallen een meisjen uit de zwakke handen van een weekhart kan fcheurenl — gerust zult gij ze nooit bezitten, ik zal een verbond maaken met de fchim onzes vaders, die fcbreiënde om uw bed zal waaien.

JULIUS.

Ik mag zo min als onze vader van u in drift hooren , wat gij doen wilt.

VIERDE T O O N E E L.

GUIDO.

Goed, wilt gij eeuwigen krijg hebben , gij kunt dien vinden, ik zal daarom mijn plan niet veranderen! — ik ben tot den krijg geboren: niets verandert, als dat ik Blanka's naam tot een wapenkreet neem'! — maar Julius! uw plan zal veranderd worden ; gij zult met haar uw leven niet gerust doorbeuzelen! — de vrees voor uw' medevryer zal u altijd vervolgen — ik zal u eene herinnering in de ziel planten , die uileeds, „ Guido 1" zal toegillen , harder „ Guido! " zal toegillen dan 't geweeten van een' vadermoorder, „ moor„ denaar!" roept — Iedere gedachte in u zal ik met mijn' naam beftempelen , en wanneer gij Blanka ziet, zult gij niet om haar, maar om mij denken —midden in

uwe

Sluiten