Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26 DE PAPEGAAI,

hebben mijne krachten verteerd — het onweder koomt allengskens nader tot aan mijne wooning kan ik het niet uithouden. En al kon ik

het tot in de voorftad brengen! beloofde ik niet bij mijne wederkomst mijne fchuld te betalen? zal men mij in huis neemen, als ik met ledige handen

koom ? Och, goede Hemel! hebt gij niet éénen

biikfem voor mij ? ik heb genoeg geleefd !

NEGENDE T O O N E E L.

richard, een oude visscher.

de visscheR, treedt uit zijne hut en ziet naar het onweder.

Dat zal een zwaar weder worden. De zee ftaat verfchriklijK hol. Goed, dat ik mijn boot aan land gebragt heb. 't Is beter bewaard , dan beklaagd. Het ziet 'er uit, als of het van nagt afgrijslijk zal flormcn en regenen. De Hemel hclpe eiken braaven zeeman, die thans op de woedende zee zwalkt.' de arme duivel, die van agtermiddag cp deeze hoogte kruiste, en door tegenwind niet in zee konde loopen, zal het regt hard te verantwoorden hebben. De Hemel zij hem genadig! (.hij wil weder in zijne hut gaan.

KI-

Sluiten