Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22 D E W E N S C II E N.

Eindlijk dorst zijn ziel naar rust: Hij verkrijgt zijn' hartelust. Die verveelt hem wederom,

En de wanhoop maakt hem Hom.

Wreevlig, dof, en buiten raad, In een' deerniswaarden ftaat, Mijmrend, kwijnend zonder end, Slaat hij 't oog naar 't firmament: „ Zie, 6 Hemel, hoe ik lij ! „ Is er geen geluk voor mij?"

Gabriël verfchijut op 't woord, Zoo als hij dit zuchten hoort: „ Slechthoofd (zegt hij) die daar klaagt! „ Hebt gij ooit geluk gevraagd *"

BILDERDIJK.

Sluiten