Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET

GESTARNTE-

ODE.

Daar flaan de grenzen van het lyden! —■ j

VAN ALP HEN.

"t jR.ustall'; geen windje ruisch't doorfchomlende olmenblaaren;

De maan flechts waakt, en lieiit met haar' ontleenden glans; Zy fpiegelt haar gelaat in 't vlak der effen baaren, Uit 's hemels onbewolkten trans.

Het flaatelyk geiTarnt blinkt tintelend in de oogen;

Bedwelmt de ziel, die Haart in 't eindeloos verfehiet; En, is ze op wieken der verbeelding voortgevlogen, IIoc zeer gevoelt ze dan haar niet!

Wat

Sluiten