Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23?

De HELDIN.

Mevr. Burgerhart. Zoo zij mij nog dierbaarder konden zijn, dan thans, zou deeze nieuwe blijk van hunne voortreflijke Vaderlandfche deugd hen nog onfchatbaarder voor mij maaken.

Adolf, teder de hand van zijne moeder vattende en die kmfende. Zal uw Adolf dan niet minder zijn in uwe oogen , dan zijn broeder?

Mevr. Burgerhart. Mijn Zoon! welk een vreemd denkbeeld rijst 'er in u p! — gij zult altijd mijn waarde, mijn lieve Adolf zijn, voor wien mijne tederfte zorge zoj wel als voor Hendrik zal blijven waaken.

AGTSTE TONEEL. De Voorigen. Jan. Jan.

Ik heb mij op uw bevel, Mevrouw! naa da wallen gefpoed, om u, zoo veel mij doenlijk was, berigt te geven.

Mevr. Burgerhart. Verhaal, — hoe Hond het daar gefchaapen? Jan.

Een gedeelte van de Spaanfche legermagt was leeds tot onder de wallen, en digt aan de bres"

fen