Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

K 29 )

ken had opgerold, moet de fomberheid , die hier hymyns

verfchyning hecrschte , veroorzaakt hebben. Nu

ontdekte zich aan myn oog e?n fcboon getimmerte, alsook fraai gebeeldhouwde en vergulden.Lystwêrken v.m over» heeriyke fchilderllukken , die de gefchiedenisfen van een he'd verbeeldden, en v/ier kenlykheid.inv overtuigden, dat het van di Koninglyke Stalhouder WILLEM DE DERDE Was,

Verbaasd over deze ontdekking, vraagde ik my zeiven: waar ben ik? (n het Koninglyke Ltnèen, of in liet Vorst» lyk 'sGravenhagil en wie mag toch de overledene zyn, waar van ik het piralebed zag wegnemen, en om wi'en men deze zaal met rouwgewaad bekleedde? Hierop peinzende, namen de werklieden het laatfbe rouwkleed af, en al wegnemende zeide één van hun : ,, Nimmer zal we; der een Stadhouder Koning van Engeland worden, maar veeleer de Koning van Engeland Stadhouder van Nederland." En hierop de kamer verlatende, doeg hy dj-deur toe met zulk een geweld, dat alles op de kamer, waar ik my bevond , van de wand in duigen viel — Door dien dubbelen fchok ontwaakte ik met zulk een on(lelde fchreeuw, dat myn huisbazin met haar man uit het bed kwamen aanvliegen , enmynog op myn kamer buiten het bed vonden; waar ik al droomende de beeldenis van IFlllem den Derden, en dat van denlaatjh,/, Stadhouder , nevens eenig Purceléin. had op den

grond geworpen. Myn huisbaazin, die mygantsch niet

vriendelyk begroette, raapte aanftonds al grommende den laaiden Stadhouder op, en zoende hem eens hartelyk; terwyl de man, een goede yalfm, bezig was, de brokken van het gebroken Porcejéin byë.n te krabben. — Ondertusfeben was ik nnr bed gehaspeld, en de huisbaazin vertrok meLeene ernftige recommvidatie Ik geraakte dan andermol in flaap — en ik droomde al weder, dat ik my in die zelfde ziai bevond; doch nu was het een geheel andere vertooning. De za.il was rondom verfierd met veelkleurige bloe.nkranfen a;in derzeiver eind praaide een

verheven iloel, zeer pragtig hekleed, cn op d.n grond voor denzclven waren gefloehen :rapswy*e geplaalst. Een menigte dienstbare mannen Honden ronJühn de wanden, en eene llaatige ftilte zette ontzag by aan deze agtbare vertooning'; doch a! de fnelheid, welke ik in myn voorigen droom ontwaarde. was nu in eene traagheid verwisffeld, die de bewegingen onmerkbaar ';eej zyn. Diep ?etrofFen door zulk eene verandering, deelde ïk in den alge«eenen (lihlJnd, tot dat een zacht muziek, dat de zfeï in ■D 3 Garen.

Sluiten