Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 154 )

GRAFSCHRIFT

iriier onder deze fteene brok, ' Leid begraven Brwiel de Kok, Die van alles lekkertjes kon kooken, Als hy maar veel had om te fmooken. Dit Ventje klein, en zomtyds groot, Krom en geboggeld, naakt en b oor. Wat heeft hy met zyn kunst verworven, Daar hy in 't Gasthuis is.geftcrven?

De Getergde Goedaardigheid.

Z^ker Heer, die de naam had van zyns gelyken in.goedaardigheid niet te hebben, en van wien ajie zyne Dienstboden, zeiden dat zy hem nimmer onvergenoegd, veel weiniger noch, kwaad hadden gezien, be-' kwam eens een Lakei, die voorgaf, dat hy

wel

op een-Kok.

Sluiten