is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine dichterlyke handschriften. Eerste(-twintigste) schakeering.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JUNOCXS VOORSPELLING. 75

Zy lenigt Junöos wraakbefluit, Als ze, in der goden raad, zich dus toegeeflyk uit: „ Om 't fchelmsch bedryf vnn u, Laomedon! „ Viel 't magtig Iüon. „ Om 't misdryf eener vreemde vrouw, „ En 't heilloos overfpel eens rechters, vreemd van trouw, „, Is aan Minerve en aan myn wraak voldaan, „ Is vorst en volk vergaan. „ Spartaanfche vrouw, ontbloot van eer! „ Op uwen boel zo prat! uw luister is niet meer!

„ En Priam keert, door Hectors krygsbe'eid, „ Geen Griekfche dapperheid. ,, Die kryg, verlengd door twist der goiMij „ Is in het eind' beflist; 'k hergeef aan Mars zyn' zoon. „ Gehaate telg, uit Trojes priesterin!

„ 'k Trek al myn gramfchap in. „ Dat hy, gezeteld in het licht, „ Gedrenkt door nectarfap, verfchyn' vóór ons gezicht, „ En in den rang der goden zy geduld.

„ Ik denk aan ftraf noch fchuld, „ Zo lang een wyde, een woeste zee „ Nog Rome en Troje fcheid, zo lang het grazend vee „ By Priams graf en Paris tombe tiert; „ Of 't jonge roofgediert

„ Daar,