is toegevoegd aan uw favorieten.

De koophandel en het staats bestuur, beschouwt in hunne onderlinge betrekkingen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ta DE KOOPHANDEL

Hoe overvloedigeen zaak ook zij, heeft zij egter waardij , indien zij nuttig is.

ke wij hebben van derzelver zeldzaamheid of overvloed.

Ik zeg, de nuttigheid dezelfde blyvende , om dat men ligt begrijpt, dat wanneer men dezelve onderftelt even zeldzaam of even overvloedig te blijven, men aan dezelve eene meerdere of mindere waardij toefchrijft, naar mate men dezelve meer of min nuttig vind. ■

'Er zijn dingen, welke zo algemeen zijn, dat dezelve, hoezeer ook ten uiterfte noodzaaklijk, egter geene waardij fchijuen te hebben. Zodanig is het water; men vind het overal, zegt men, en het kost niets om zig van het zelve te voorzien, de waardij, welke het zelve kan bekoomen door vervoering, is geene waardij van het water, deeze is niet als de waardij van de vragt. Het zoude zeer vreemd zijn, indien men vragt ging betaalen om zig eene zaak te bezorgen, welke in 't geheel geene waardij had.

Eene zaak heeft geene waardij , om dat zij iets kost, gelijk men onderftelt, maar zij kost iets, om dat zij eene waardij heeft.

Ik zeg derhalven , dat , zelfs aan den oever van eene rivier, het water eene waardij heeft, maar zo gering als mogelijk is, om dat het daar oneindig overtollig is, boven onze behoeftens — in eene dorre heide in tegendeel heeft het zelve eene groote waardij, en men berekent dezelve naar mate van de verafgelegenheid, en moeilijkheid, om het zelve te bekomen in zodanig