Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en het STAATS BESTUUR, enz. 173

Het is egter zo niet, dat de waare prijs, alle jaaren, volftrekt dezelfde zouden kunnen zijn, maar zij zal altijd tusfchen twee weinig van elkanderen afftaande hoogtens blijven, dit

moet ik nu uitleggen.

Wij hebben reeds aangemerkt dat de oogsten door geheel Europa niet over al even goed, of even liegt kunnen uitvallen, —- maar men begrijpt ligt, dat er dikwils jaaren zullen koomen, in welke de oogst over 't algemeen overvloediger, en andere in welke dezelve over 't algemeen bekrompener zal zijn, — de waare prijs der graanen zal derhalven fomtijds rijfen, en fomtijds daalen.

Zij zal in den grootften algemeenen overvloed daalen, naar mate dat de hoeveelheid grooter zal zijn, dan de verteering, en zij zal in eenen minderen algemeenen overvloed rijfen , naar mate dat de hoeveelheid nader bij zal komen, aan het geene ter verteeringe nodig is.

Ik zeg, dat zij rijfen zouden in eenen minderen algemeenen overvloed, ik zeg niet in fchaarsheid. Want het zou eene zeer ongewoone zaak zijn, indien er eene flegte oogst viel voor geheel Europa, de eene oogst kan in Europa alleen maar flcgter uitvallen, dan de andere, en het zijn de beste jaaren, welke den prijs der graanen doen daalen.

Geheel Europa zou bij gewoone jaaren, indien alle volkeren met eikanderen eenen vrijen handel dreeven, altijd zo veele graanen in oogsten,

als

De waare prijs verfchilt niet dan tusfchen twee weinig van eikanderen afllaande hoogtens.

Sluiten