is toegevoegd aan uw favorieten.

Discours over de constitutie der vergadering van de [...] Staaten Generaal [...]. Opgesteld in het jaar 1719

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dut genoeg geïorgt was voor de fecretesfe door ta datueeren, dat de Miniders van den Staat, buiten 'sLands, de Gouverneurs en Commandeurs van de Frontieren, en de fecreete Correfpondenten, ( waar aan egter, om dat in het voorbygaan aan te merken , de meening niet was veel geld ten kode te leggen, dewyl de Refolutie medebrengt, dat de pod van de fecreete dienden by provifie zoude geconverteert worden tot traktementen en onderhoud van buitenlandfche Miniders) haar brieven over zaken fecretesfe vereisfchende, zouden adresfeeren aan den Griffier van haar Hoog Mog. , welke die zoude moeten datelyk communiceeren aan zeeven Heeren daar toe fuccesfivelyk te committeeren door haar Hoog Mog, dog zonder andere magt, of authorifatie, als om die eenige geringe tyd te moogen geheim houden, en dat nog anders niet, als onder verpligting van naderhand by de communicatie reeden te geeven aan de Vergadering van het agterhouden derzelve geduurende die geringe tyd: de Gecommitteerden anders gehouden zynde 'net fecreet datelyk bekend te maaken aan de Vergadering.

En zonder dat voor de red by de bovengemelde Refolutie gereguleert is, hoe gehandeltzal worden met Secreete zaaken, welke door andere wegen, gelyk 'er meer andere wegen zyn, voorkomen , als door de brieven van de buitenlandfche Miniders, Gouverneurs, Commandeurs, en Secreete Correspondenten.

Dog, om van deeze digresfie nopende de buitenlandfche zaken, weder te keeren tot de zaken van den' oorlog, en voort te gaan van den oorlog te Lande tot den oorlog te Water, het is, om een klaar begrip te geeven van het bedier van dien nodig, het ftuk wat hooger op te haaien.

In den aanvang van de Republicq bemoeide de Generaliteit zig niet, of weinig, met de zaken van de Zee, maar liet de zorg, en het bedier, derzelve meed aan de Provinciën, aan de Zee geleegen, tot dat, gelyk boven reeds gezegd is, in het jaar 1584 na doode yan Prins Willem den Oude de Superintendentie te Water, en ter Zee, nevens de uitgaande en inkoomende Regten, gefteld is in handen van den Raad van Staate,

met