Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2ó" De Oüdeewetsche Trant.

Zadelmaaker.

ó Zo grappig, met verlof; „ Hier is de eerfte we„ reld, zeide hy, hier zyn alle rangen en ftaaten ge„ Iyk; hier (laan de Ministers, en Raaden, en Matres„ fen, onder myn bellier; elk wordt naar zyn prys g? „ fchat, en de Vrouw van een ryken Winkelier, die „ haar man bedriegt, is fomtyds meerwaard dan eene „ Hofdame, die ongelukkig gefpeeld heeft." ó Hy is zo grappig, met verlof.

Vrouw van Zwetz.

Heel grappig! (*5W/.*) „ Veivloekte kerel."

Zadelmaaker.

Ja, met verlof, uwe Genade; het is maar dat.demenfchen meer verteeren dan zy betaalen kunnen; maar, met verlof, hier is myne rekening wegens de Staatfiekoets van Mynheer den Generaal, zyne Excellentie heeft my hier gezonden om het geld te ontvangen.

Vrouw van Zwetz, de rekening inziende.

Ja myn vriend, dat is in orde; het geld ligt gereed; ,— Maar a propos; myn goede Meester, ik ben u altyd geneegen geweest; en ik heb nu gelegenheid om u een importanten dienst te doen. De Dragonder Regimenten Schorlem en Waldek ldaagen beiden zeer over hunne leverantiers, hebt gy lust om 'er voor te werken ?

Overste, flil. „ Waar duivel haalt zy het van daan! '*

Z A-

Sluiten