Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Derde Bedryf. 229 David.

Dat groot en klein zal toevloeien, en klaagen, en getuigen al wat wy willen.

La Borde.

Gy moet dan ook niet verzuimen, terwyl de gemoederen aan 't gesten zyn, ten fpoedigften met de zaak voort te gaan, en teritond vergadering te beleggen.

David.

Zekerlyk. Doch voor vyf uuren in den avondlfond zal dit niet kunnen gefchieden; want de plegtigheden zullen den gantfchen morgen duuren; en de leden van 't parlement en den raad moeten 'er noodzaakelyk by weezen.

La Borde.

Zo veel te beter. Na den maaltyd zyn de meesten te ftomp van geest om een zaak naauwkeurig te onderzoeken , en te heet van bloed om den vrede voor te liaan.

David.

Nog een bedenking van 't allergrootfte gewigt. Calas heeft twee onverwerpelyke getuigen, Lavaife en de dienstmaagd.

La Borde.

Ei! is Lavaisfezelf debeul niet? En kan de Dienstmaagd 'er ook niet de hand toe geleend hebben ?

P 3 Da-

Sluiten