Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EesteBedkyj'. S5

Du Beaufort. Zy fchynt van gedachten veranderd te zyn.

Mor i v a l. Mynheer! ik vrees dat daar iets achter fteekt; Ik vrees, dat ik het ongeluk heb van aan Mevrouw de Rofelle niet te behaagen.

Du Beaufort. Gy zyt wonderlyk; zy heeft veel achting voor

u. En Is het in allen gevalle niet genoeg, dat

gy aan myne Dochter en Ons behaagt V Morival. Is het wel zeeker, dat Mejuffrouw uwe dochter zelve....

Du Beaufort. Hoe ! Daar zy bewilligt om u haare hand te geven.

Morival. Ik vrees fteeds, dat zy het niet uit eigen verKiezing doe.

Du Beaufojit. Die vrees is om de waarheid te zeggen

Morival. o Mynheer! ik ben niet meer jong; Ik loop fterk naar de vyftig jaaren....

Du Beauïort. Het is niet meer in de Lente, maar het is ook nog niet in den Winter des levens; myne dochter is van een bedaard karakter , en is zedig opgevoed; Ik houde 'piy verzeekerd, dat zy een man van uwe bekende B 5 xtys-

Sluiten