Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tweede Bedryf.

137

Graaf.

Om uwentwil zal ik het gevoelen van den groo. ten hoop verachten.

Louise.

Gelooft gy dan , dat ik myne toeftemming zal

eeven ? Bedenk toch , wat gy aan uwe»

rang, aan uwe geboorte, aan uwe familie verfchuldigd'zyt. De haat van uwe familie zou my vervolgen. Trotsch op haaren ouden adel, zou zy met

verachting op my nederzien. U zou mèi da-

irpivks met de billvkfte verwytingen overftelpen.

En indien dan eerlang het berouw over de liefde

zegepraalde? Neen, Seynsburg! laat ik my

verwyderen! Uwe eer en rust zyn my dierbaar. Voor deeze wil ik my met vreugde opofferen! — De tyd zal myn gedachtenis...

Graaf.

Genoeg, wreede! genoeg, om my te baderven?

Ik? ik zou u ooit vergeeten? — Nimmer.

meeri Gy wilt u van my verwyderen? Ere

waarheen dan, daar ik u niet zou volgen? Geene vryë fchuilplaats zou my te heilig weezen, om u

niet aan dezelve te ontrukken ! Ik fchrik,

wanneer ik in het toekomende zie, en my een reven

buiten u voorftel! Louife! verlies ik u, dan

zal ik de waereld en menfchen haaten, verfoeijin. Myne geboorte en mynen rang zal ik vervloeken. De verfchrikkingen der wanhoop zullen myn hart verfcheuren. Myn leven zal een duizendvoudige dood zyn; en gy zult gepynigd worden

door

Sluiten